Communicatie over het congres:
vckjpp@vvgg.be

Congressecretariaat:
De praktische organisatie van het congres gebeurt door de VVGG
Tenderstraat 14, 9000 Gent
tel. 09 221 44 34
fax 09 221 77 25
info@vvgg.be

Met Control + f kan u zoeken op de pagina
Woensdag 20 september 2017 | 14:15 - 15:15

Thema: ASS

M01.1 Als praten over emoties aanvoelt als drijfzand…. Een inkijk bij mensen met een autismespectrumstoornis - PDF
Sylvie Carette, master klinische psychologie en pedagogische wetenschappen, psychotherapeut/educatief medewerker Autisme Centraal, Gent

In elke praktijk duikt vroeg of laat iemand op met (een vermoeden van) een autismespectrumstoornis. Ondertussen is het algemeen bekend dat er bij hen sprake is van een andere manier van denken.
In deze uiteenzetting nemen we u mee in de andere gevoelswereld van mensen met autisme. Ze hebben zowel moeite met het onderkennen, betekenis geven en reguleren van emoties bij henzelf alsook met het inschatten en afstemmen op emoties van anderen. Een belangrijk inzicht dat onze neurotypische manier van werken op de helling zet!


M01.2 Bang, banger, boost – werken met angst en agressie in een leefgroep met kinderen met ASS - PDF
Delphine Vanhamme, kinderpsychiater, medisch verantwoordelijke De Dauw te Moregem
Kinderen met ASS percipieren de wereld anders en hebben een andere betekenisverlening dan neurotypisch ontwikkelende kinderen. Hun interpretatie van de buitenwereld maakt dat deze erg onveilig en bedreigend overkomt voor hen. Heel wat kinderen met ASS hebben last van angsten, in veel verschillende verschijningsvormen.
In onze behandelsetting verblijven kinderen en jongeren met ASS die geconfronteerd worden met een angstaanjagende en voor hen onvoorspelbare wereld, en secundaire boosheid en agressie ervaren. Het begrijpen van deze emoties en waar ze vandaan komen, in eerste instantie door de omgeving en later ook door de kinderen zelf, is essentieel om een manier te ontdekken om er mee om te gaan.
We bespreken op welke manier we de kinderen helpen om angst en kwaadheid te herkennen en differentiëren, en hoe we met hen op weg gaan in hun zoektocht naar meer adequate copingmechanismen. Hierin speelt onze geïntegreerde, milieutherapeutische werking een belangrijke rol in het kader van generalisatie, ook buiten de therapieruimte.


Woensdag 20 september 2017 | 16:00 - 17:30

Thema: emoties en verstandelijke handicap / faalangst / outreach

M02.1 Psychotherapeutisch werken met emoties bij jongeren met een verstandelijke handicap
Katrien Ballyn, integratief psychotherapeute, De Lovie, Poperinge

Iedereen komt in het leven voor uitdagingen te staan. Ook kinderen en jongeren kunnen met levensmoeilijkheden te maken krijgen: het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis, zich niet goed in zijn vel voelen, moeilijkheden om voor zichzelf op te komen, stress, faalangst, verlies en rouw, …
Kinderen en jongeren met een verstandelijke handicap bevinden zich, door hun handicap, in een kwetsbare positie. Zij staan – samen met hun omgeving – voor extra uitdagingen binnen alle domeinen van het leven.
De Lovie is een centrum voor personen met een verstandelijke handicap. Begin 2016 werd gestart met een psychotherapeutisch aanbod voor personen met een specifieke psychische hulpvraag. Jongeren vormen een groot deel van deze doelgroep. Binnen het therapeutisch werken, wordt er uitgebreid stilgestaan bij het leren (h)erkennen, interpreteren en uiten van emoties. Tijdens de sessies wordt op een integratieve en creatieve manier aan de slag gegaan met de thema’s die hierbij belangrijk zijn.
In deze mededeling wordt stilgestaan bij de ervaringen in het therapeutisch werken met jongeren met een verstandelijke handicap, meer specifiek in het leren omgaan met moeilijke emoties.


M02.2 Faalangst kan je beter niet onderschatten
Marcel Hendrickx, NLP-trainer en coach, trainer/coach, het Ontwikkelingsinstituut bvba, Hove
Faalangst is één facet van perfectionisme. Dit belemmerend patroon zorgt er bij velen levenslang voor dat ze zichzelf het leven erg moeilijk maken en zelfs ziek worden. Er is een duidelijke link tussen perfectionisme en burn-out.
Vandaar dat het zo belangrijk is om faalangst aan te pakken bij kinderen en hen te helpen dit op jonge leeftijd achter zich te laten en helemaal gewoon zichzelf te zijn.
In deze mededeling komen aan bod: het ontstaan van perfectionisme, de symptomen ervan, gevolgen voor het lichaam, ontsnappings- en compensatiegedrag.
De methodiek "de magische cirkel' wordt voorgesteld en gedemonstreerd. Deze methodiek kan heel eenvoudig door ouders, leerkrachten, hulpverleners worden toegepast. Het geeft kinderen de mogelijkheid om op momenten dat de faalangst de kop op steekt, te kiezen voor een gevoel van blijdschap of rust.  Bij lagerschoolkinderen is deze eenvoudige methode vaak voldoende om de verder ontwikkeling van hun perfectionisme een halt toe te roepen.
Er wordt verwezen naar de OCP-methodiek.  Een coachingmethode die zowel bij kinderen als volwassenen gebruikt wordt om hun perfectionisme achter zich te laten.
Het Ontwikkelingsinstituut heeft ondertussen 70 perfectionismecoaches opgeleid die met deze methodiek werken.
Referenties:

www.bevrijdjezelf.be
Hendrickx, M. ( 2016). Zeg me dat ik oké ben. Antwerpen, Manteau


M02.3 Hoop in hopeloze gevallen? Yes, we can - PDF
Sarah Van Grieken, kinder-en jeugdpsychiater, OPZ Geel

De zorg voor jongeren met ernstige gedrags-en emotionele stoornissen kenmerkt zich vaak door crisis, opgave, weerstand, hopeloosheid en onbereikte doelstellingen van jongeren en zorgverleners. Vaak eindigen deze jongeren noodgedwongen in de gemeenschapsinstelling. Als uniek en multidisciplinair Outreach team ontwikkelden we een progressief zorgaanbod gebaseerd op herstelgerichte processen, in combinatie met oplossingsgerichte, systemische en ontwikkelingsgerichte principes. Klinische ervaring toont een positieve outcome met welbevinden van zowel patiënten en zorgverleners. Cruciale factoren zijn: tijd en flexibiliteit om een (pretherapeutische) relatie op te bouwen, goed assessment met inschaling van sociaal-emotioneelontwikkelingsniveau en motivatie voor behandeling, haalbare doelstellingen, samenwerking met diverse contexten en zorgsectoren en een gedragen teamspirit.
Voordelen en uitdagingen van herstelgerichte Outreach zorg voor jongeren met ernstige gedrags-en emotionele stoornissen worden geïllustreerd.


Donderdag 21 september 2017 | 11:15 - 12:45

Thema: creativiteit

M03.1 Van beeld naar woord
Frank Dejonghe, ergotherapeut, De Korbeel, Kortrijk
Mijn werk in een kinder- en jeugdpsychiatrische dienst maakt omgaan met gevoelens bijzonder. Kinderen en jongeren zijn heel alert in hoe hun sterktes en/of werkpunten worden benoemd. Ze zijn het gewoon zich terug te trekken, agressief te (re)ageren of te zeggen dat het hen toch niet kan schelen. We werken ervaringsgericht: outdoor of ‘buiten’ het ziekenhuis. De methodiek vertrekt vanuit het doen, samen de oefening uitvoeren. De jongere let, binnen de groepsopdracht, op het eigen werkpunt. De taal of het verwoorden is in eerste instantie ondergeschikt. De jongere wordt gevraagd te reflecteren over zijn bijdrage en toont dit met specifiek materiaal en (reflectie)technieken: een kaart met een gevoel, een sprekende tekening, een ‘fingershoot’ waarbij de jongere met de vingers van één hand toont hoe goed de groep naar elkaar geluisterd heeft …  De begeleider kiest een thema dat ‘zichtbaar’ is in de groep. De jongere ‘toont’ hierop zijn eigen mening en wordt uitgenodigd – niet verplicht - hier ook iets over te vertellen. Die veiligheid van het niet-verplichtende karakter de taal te moeten gebruiken, werkt goed bij de doelgroep. Het wordt moeilijker wanneer de jongere de correcte taal zoekt in het benoemen van zijn emoties: ‘hoe zal de andere reageren op wat ik zeg’?   
Ik licht toe hoe deze therapieblok wekelijks wordt ingevuld in het therapieschema van de jongeren, hoeveel belang we hechten aan deze methodiek en hiervoor zelfs een driedaagse in de Ardennen organiseren.
Uit een klein praktijkonderzoek kan ik aantonen hoe de jongeren zelf hun werkpunten evalueren.


M03.2 “Beestenbos is boos”  -  Werken rond emotieregulatie aan de hand van ‘Animal Assisted Activities’ en moestuinieren
Liesbeth Aerts, bachelor sociale verpleegkunde, Kinderpsychiatrisch Centrum, Genk
Bijkomende auteurs:
Elke Schrijnemakers, opvoedkundige, Kinderpsychiatrisch Centrum, Genk
De laatste decennia wordt er steeds vaker nagedacht over de meerwaarde van dieren en natuur binnen de zorgcontext. Deze manier van werken kent binnen de bredere zorgverlening meer en meer bijval zoals zichtbaar binnen ‘Groene Zorg’ en de uitbouw van zorgboerderijen. Wetenschappelijke evidentie wijst uit dat bezig zijn met natuur en dieren de gezondheid en het emotioneel welzijn kan verbeteren. Meer specifiek ziet men positieve effecten op kinderen met emotieregulatie- en  gedragsproblemen.
Niet elke setting en doelgroep leent er zich echter even gemakkelijk toe naar buiten te trekken. Daarom vroegen we ons af of we de natuur ook in ‘het ziekenhuis’ konden binnenbrengen.
In 2016 mocht onze observatiegroep voor lagereschoolkinderen drie zorgkonijnen en drie zorgkippen verwelkomen in de leefgroeptuin, waarvan een deel werd ingericht op maat van de dieren. Hierbij werken we aan de hand van de methodiek van AAI of ‘Animal Assisted Interventions’. We starten in eerste instantie met ‘Animal Assisted Activities’, waarbij de interactie tussen kind en dier centraal staan. Verder werd er ook een moestuin aangelegd en deze wordt samen met de kinderen bewerkt en beheerd.
Onze zoektocht in het introduceren van ‘de miniboerderij’ in de specifieke setting van een kinderpsychiatrisch ziekenhuis willen we graag met jullie delen. Daarnaast willen we illustreren hoe we de dieren en de moestuin inpassen in ons aanbod naar de kinderen. Hierbij hebben we aandacht voor successen, maar ook drempels en valkuilen.

M03.3 Creativiteit in therapie - PDF
Linde Van de Velde, psychologe, OLV-ziekenhuis Campus Aalst
Bijkomende auteurs:
het volledige team Kinder- & Jeugdpsychiatrie, OLV-ziekenhuis, Campus Aalst
Praten over emoties gaat meteen naar de kern van wie we zijn en wat we voelen. Gesprekken vormen een heel directe manier van toegang tot onze kwetsbaarheid. Wanneer we moeten praten over moeilijke zaken, kan dit vaak overweldigend zijn of een afweerreactie oproepen omdat het te diep gaat. Creatieve manieren in therapie kunnen ons helpen om deze zaken toch te delen zonder overspoeld te raken, kunnen helpen om deze dingen op afstand te plaatsen terwijl we ons nog wel verbonden voelen met ons gevoel.

Tijdens deze mededeling lichten we vanuit onze praktijk toe hoe we creatief werken met kinderen, jongeren en hun ouders, en dit aan de hand van concrete therapievoorbeelden. Creativiteit die als kracht in elk gezinslid verborgen zit, die vaak dingen duidelijker stelt dan woorden ons toelaten. Creativiteit die communicatief krachtiger is doordat ze niet direct aanvallend of defensief is naar personen toe maar net de intermediaire ruimte benut. Om te eindigen met een metafoor: creativiteit die deuren weer openzet waar mensen vastgelopen zijn.


Donderdag 21 september 2017 | 13:45 - 15:15

Thema: complexe problematieken

M04.1 Electroconvulsietherapie bij jongeren
Ivo Tjia, ASO kinder- en jeudpsychiatrie VUB, Brussel

Electroconvulsietherapie (ECT) is een (medisch) geaccepteerde therapie die wordt toegepast bij volwassen met een aanhoudende psychiatrische stoornis.  De therapie wordt al bijna 100 jaar toegepast, maar nog steeds wordt er onderzoek naar gedaan.  Daarnaast wordt er door de maatschappij nog met een scheef oog naar gekeken, mogelijk door de invloed van (Hollywood)films.
Deze presentatie beschrijft kort wat de huidige kennis is van ECT met daarnaast de mogelijke toepassing bij jongeren met een psychiatrische stoornis. Waar staat ECT? En wat zijn de toepassingen en resultaten bij jongeren, volgens de huidige literatuur?


M04.2 CROSSOVER, verbindende jeugdhulp @ huis - PDF
Sara Van de Winkel, kinder- en jeugdpsychiater PCGS, Sleidinge

Jongeren met een complexe multidimensionale problematiek (sociaal-maatschappelijk, juridisch, pedagogisch, psychisch-psychiatrisch), waarbij er vaak sprake is van ernstige gedrags- en emotionele stoornissen, verdienen de nodige aandacht. Zij kampen met een grote lijdensdruk en de maatschappelijke impact van deze problematieken is uitgesproken, zowel in het hier en nu als op langere termijn naar de volwassenheid toe. De laatste decennia zien we hiervoor internationaal vanuit diverse hoeken groeiende aandacht. Het bieden van doeltreffende zorg voor deze populatie vergt een grote inzet van en effectieve samenwerking tussen verschillende sectoren, zoals de algemene gezondheidszorg, de geestelijke gezondheidszorg (ggz), jongerenwelzijn, de gehandicaptenzorg, de jeugdrechtbank, het onderwijs en de welzijnssector.
CROSSOVER beoogt binnen haar samenwerkingsverband met voorzieningen jeugdzorg voor de meest kwetsbare en moeilijk bereikbare jongeren en hun context een brug te slaan tussen enerzijds de ggz en anderzijds de diverse sectoren die de jongeren omringen.
We schetsen de ontstaansgeschiedenis van CROSSOVER binnen Jongerencluster Yidam in PC Gent-Sleidinge en lichten de methodiek CROSSOVER toe aan de hand van de visie, de principes en de werking. De methode wordt tenslotte kritisch geëvalueerd naar mogelijke werkzame elementen en knelpunten toe en er worden aanbevelingen voor de toekomst geformuleerd.
Referentie:
Burns, B.J. et al (2004). Mental health need and access to mental health services by youths involved with child welfare: A national survey. American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 43 (8), 960-970
Mussche, B., De Waele, V. & Dobbelaere, E. (2014).  CROSSOVER, verbindende jeugdhulp @ huis. Agora, 30 (3), 11-15

M04.3 Ambulante begeleiding van jongeren met een complexe problematiek
Anne Clara, psychiater, Team Jongerenzorg, CGG Eclips, Gentbrugge
Sinds geruime tijd is de doelgroep in het Team Jongerenzorg van CGG Eclips aan het veranderen. De ernst en complexiteit van de problemen waarmee adolescenten op raadpleging komen nemen toe. Bovendien maken deze jongeren steeds vaker deel uit van een multi-problem context. Dit alles heeft een impact op het emotioneel welbevinden van alle betrokkenen.
We hebben de complexiteit van onze dossiers geïnventariseerd op niveau van de jongere, de ouders, het hulpverlener netwerk en de therapeut.  Parallel daaraan hebben we stil gestaan bij mogelijke aanpassingen in ons behandelaanbod ten aanzien van de jongere zelf, binnen ouderbegeleidingen, in de samenwerking met andere hulpverlening en in het haalbaar houden van deze opdrachten voor ieder teamlid.
We lichten de resultaten van dit onderzoek toe en de mogelijke aanpassingen in onze werkwijze, zoals: het systematisch  gebruik van advies- en evaluatiegesprekken, werken in afgebakende modules, meer groepsaanbod, open consulten, gebruik van non-verbale technieken, reorganisatie van de cliëntbesprekingen en aandacht voor het eigen stuk van de therapeut en de interactie daarvan met het cliëntsysteem.