Communicatie over het congres:
vckjpp@vvgg.be

Congressecretariaat:
De praktische organisatie van het congres gebeurt door de VVGG
Tenderstraat 14, 9000 Gent
tel. 09 221 44 34
fax 09 221 77 25
info@vvgg.be

Met Control + f kan u zoeken op de pagina
Woensdag 20 september 2017 | 14:00 - 14:45

Sk01.1 Psychiatrisch classificatiesysteem voor het (heel) jonge kind. "Meet & Greet"
Celia Van Zandweghe, geneeskunde-specialist, kinder- en jeugdpsychiater, staflid Universitair Ziekenhuis, Gent
Van jongs af kan de 'mentale' ontwikkeling van het jonge kind atypisch verlopen. Zorgvuldig en uitgebreid in kaart brengen van het (afwijkend) ontwikkelingsprofiel van een infant, peuter of kleuter is de start voor vroegtijdige interventie en is op die manier ontwikkelingsbevorderend.
Deze lezing biedt een kennismaking met het vernieuwde handboek DC:0-5 TM 'Diagnostic classification of mental health and developmental disorder of Infancy and Early Childhood' (2016) aan. Er is toelichting  over de opbouw van het meerassig systeem en de diagnostische classificaties.
Leerdoelen: De workshop voorziet een kennismaking met het handboek en de criteria voor het classificeren voor mentale stoornissen bij kinderen van 0-5 jaar.


Woensdag 20 september 2017 | 14:45 - 15:30

Sk01.2 Gehechtheid: een emotioneel integratief proces
voorzitter: Edward Campforts
Sk01.2.1 Gehechtheid in kaart brengen: het Child Attachment Interview
Anne Deproost, ASO kinderpsychiatrie UZ Brussel, Jette
De gehechtheidsstijl van een kind is een parameter die vaak moeilijk objectiveerbaar is. Bij jonge kinderen in de infantiele periode gebeurt deze beoordeling voornamelijk op basis van observaties van het gedrag van deze kinderen in voorop vastgelegde situaties, volgens de procedure van de ‘Strange Situations’, door Mary Ainsworth (1970). De methoden die gebruikt worden bij oudere kinderen proberen de verschillen in gehechtheidsstijlen te capteren op zowel gedragsmatig als representatief niveau. Voor het inschatten van de gehechtheidsstijl op deze leeftijd zijn er momenteel echter weinig meetinstrumenten die beide parameters op een duidelijke manier in kaart weten te brengen. Deze lezing focust zich op het objectiveren van de gehechtheidsstijl bij kinderen en jongeren tussen de 8 en 16 jaar aan de hand van een relatief nieuw meetinstrument, het Child Attachment Interview. Dit is een gestructureerd interview dat elementen van de strange situations procedure en het Adult Attachment Interview (gestructureerd interview ter inschatting van de gehechtheidsstijlen bij volwassenen) integreert tot een nieuw geheel. Het peilt naar de beleving van het kind over de relaties met zijn zorgfiguren. (2) Bij het inschatten van de gehechtheidsstijl worden de mentale representaties van het kind over zijn zorgfiguren geanalyseerd en gescoord aan de hand van 9 schalen. De bekomen informatie wordt aangevuld met gedragscomponenten verkregen tijdens de afname van het interview. Op deze manier wordt gepoogd een classificatiesysteem van gehechtheidsstijlen te bekomen.
Referentie:
- Ainsworth, M. & Bell, S. (1970), Attachment, exploration and separation: illustrated by the behavior of one-year-olds in a strange situation. Child Development. 41:49-67.2
- Shmueli-Goetz Y, Target M, Fonagy P, Datta A. (2008). The Child Attachment Interview: a psychometric study of reliability and discriminant validity. Developmental Psychology. 44(4):939-56

Sk01.2.2 Gehechtheid en seksualiteit
Edward Campforts, kinderpsychiater UZ Brussel, Jette
De gehechtheidstheorie van Bowlby biedt een duidelijk kader om het ontstaan van relaties tussen kinderen en ouders en de aard hiervan beter te begrijpen. Onderzoek toont aan hoe gehechtheid ook een belangrijke rol speelt in het latere relationele leven. De huidige gehechtheidstheorie biedt echter weinig verklaring voor fenomenen in de adolescentie die de vorm aannemen van crisissen binnen de relatie tussen adolescenten en hun ouders. In deze bijdrage bespreken we hoe de seksuele ontwikkeling en de impulsen die hiermee gepaard gaan, hun invloed kunnen uitoefenen op het tot dan opgebouwde gehechtheidssysteem, waardoor dit systeem een grondige transitie kan ondergaan en ook aanleiding kan geven tot een adolescentaire crisis. Aan de hand van casusmateriaal zal besproken worden hoe dit theoretisch kader een invloed kan uitoefenen op klinische inschattingen en therapeutische doelstellingen.


Woensdag 20 september 2017 | 16:00 - 16:45

Sk02.1 QIT4kids: een online monitoring-tool voor kinderen
Voorzitter: Nele Stinckens

Sk02.1 Situering en opzet
Nele Stinckens, prof. dr., psychotherapeut/onderzoekster QIT bvba, Kessel-Lo
Hoewel kinderen en jongeren een aanzienlijk, groeiend segment van de cliëntenpopulatie uitmaken in de geestelijke gezondheidszorg, maakt het systematisch monitoren van hun hulpverleningstraject nog geen deel uit van de dagelijkse klinische praktijk. Opdat deze methodiek, net zoals bij volwassen cliënten, kan bijdragen tot meer effectieve zorg-op-maat, is een aangepaste monitoring-methodiek vereist. Hiertoe werd, met steun van VLAIO, een innovatieproject opgezet, dat resulteerde in de online tool QIT4kids.

Sk02.1 Creëren van een aangepaste online monitoring-tool
Nele Stinckens, prof. dr., psychotherapeut/onderzoekster QIT bvba, Kessel-Lo
Om de inbedding in de alledaagse klinische praktijk op een gebruiksvriendelijke manier mogelijk te maken, werd een aangepaste online software-applicatie ontwikkeld die  die de set van metingen op een efficiënte en attractieve manier ter beschikking stelt. De applicatie dient tevens voorzien te zijn van de nodige technologie om de gebruikersinterface te optimaliseren. Hierbij dienen niet enkel  kinderen en jongeren, maar ook hun ondersteunend netwerk op een actieve  manier bij de behandeling betrokken kunnen worden. Aan de hand van een korte demo wordt de online applicatie voorgesteld.

Sk02.1 Praktijkvoorbeeld
Remy de Gouw, master psychologie, psychotherapeut CGG Ashasverus, Vilvoorde
De implementatie van QIT4kids in de dagelijkse hulpverleningspraktijk wordt geïllustreerd aan de hand van casusmateriaal: Hoe ziet de feedback van kind en ouders er in de praktijk uit? Ook een impressie wordt gegeven van hoe de feedback teruggekoppeld wordt in functie van de therapeutische voortgang komt.

Sk02.1 Sleutels voor een succesvolle integratie in de klinische praktijk
Claude Missiaen, master psychologie, psychotherapeut/opleider QIT bvba, Kessel-Lo
Het ter beschikking stellen van een gebruiksvriendelijke software-applicatie is geen voldoende garantie opdat hulpverleners de monitoring-methodiek ook daadwerkelijk zullen integreren in hun therapeutische benadering. Uit eigen ervaring en onderzoek weten we dat het implementatieproces van monitoring vele valkuilen, hindernissen en moeilijkheden kent die het daadwerkelijk gebruik op de klinische werkvloer uitdagend en soms frustrerend maken. Een geschikt vormingsaanbod werd uitgewerkt om hulpverleners te begeleiden in het zich toeëigenen van een meer feedbackgeoriënteerde manier van werken. Naast een vormingspakket voor teams is er tevens een aanbod voor zelfstandige therapeuten. De belangrijkste krachtlijnen van dit vormingsaanbod worden toegelicht.


Woensdag 20 september 2017 | 16:45 - 17:30

Sk02.2 Crisisunit KPC Genk: Té Ge(n)k!  Over het dragen en (ver)dragen van zelfverwondend gedrag door jongeren, ouders en hulpverleners.
An Verwimp, master in de psychologie, kinderpsycholoog, crisisunit KPC, Genk
Bijkomende auteurs:
Ellen Janssen, kinderpsychologe, crisisunit KPC Genk
Els Vangrunderbeek, creatief therapeut, crisisunit KPC Genk
Veerle Tans, psychiatrisch verpleegkundige, crisisunit KPC Genk
Met medewerking van jongeren, ouders, en hulpverleners tewerkgesteld op de crisisunit KPC Genk.
Kinderpsychiatrische crisiszorg is een vak apart.  De crisisunit van het Kinderpsychiatrisch Centrum van Genk biedt crisiszorg aan jongeren van 12 tot 18 jaar binnen verschillende kortdurende modules.  Binnen onze crisisunit zijn we, op basis van ervaringen en beleving van jongeren, hun ouders en hulpverleners op zoek gegaan naar een visie en afgestemde houding rond het thema zelfverwonding,
Door middel van sprekende videofragmenten en getuigenissen met elk hun unieke kleur en beleving, willen we jullie laten kennismaken met denkkaders die ons inspireerden in de omgang met zelfverwondend gedrag bij een intrinsiek kwetsbare groep; een leidraad die houvast biedt, zowel aan hulpverleners, als aan jongeren en hun ouders in crisis. Over hoe hen ondersteunen om hun focus te verleggen van overspoelende emoties naar inzicht in de functie van en de omgang met het zelfverwondend gedrag. Over hoe jongeren, ouders en hulpverleners dit (on)bewust beleven en ervaren. Om ten slotte, door middel van constructieve dialoog, samen te (ver)dragen en tot gedeelde nieuwe inzichten en omgang te komen.
We nodigen jullie uit om je in deze workshop te laten inspireren, maar hopen ook op een boeiende en leerrijke kruisbestuiving, door jullie onze werkvormen te laten ervaren.
Leerdoelen: Inzicht in beleving en ervaringen rond zelfverwondend gedrag bij jongeren en hun context, ouders en hulpverleners.


Donderdag 21 september 2017 | 10:00 - 10:45

Sk03.1 De betekenis van het concept 'autisme' voor clinici - PDF
Delphine Jacobs, kinderpsychiater, doctoraal onderzoeker, KU Leuven
De betekenis van het concept autisme voor clinici.
Na meer dan een halve eeuw wetenschappelijk onderzoek en klinische ervaring blijkt de autismespectrumstoornis (ASS) verrassend heterogeen in haar presentaties, oorzaken en cognitieve mechanismen. In het licht van de onduidelijkheid rond het concept ASS (en rond het verband tussen een diagnose ASS enerzijds en een prognose en behandeling anderzijds) is het niet geweten of de bestaande onderzoeksresultaten gemakkelijk vertaald kunnen worden in informatie die bruikbaar en betekenisvol is voor clinici. Mijn systematische literatuurreview toonde aan dat er maar weinig empirisch onderzoek bestaat naar de eigen ervaringen van professionelen tijdens het stellen van een ASS diagnose. Wat denken en voelen zij rond deze diagnose, en over de invloed van de diagnose ASS op het kind en de ouders die hen consulteren? In een eigen empirische studie zal ik deze beroepsgroep zelf gaan bevragen rond wat zij denken en voelen bij deze diagnose.
In deze workshop wil ik, na een korte inleiding over het wat en waarom van de vraagstelling, deelnemers uitnodigen om te noteren wat hun ervaring is rond een ASS diagnose. Vervolgens wil ik hen in een groepsgesprek zelf aan het woord laten en met elkaar in dialoog laten gaan over wat zij denken en voelen bij een ASS diagnose en over de mogelijke invloed ervan op een kind en de ouders die haar consulteren. Tenslotte wil ik deze discussie samenvatten en vragen aan de deelnemers om hun mening opnieuw te noteren.
Leerdoelen: Clinici laten stilstaan bij wat ze denken of voelen als ouders een vraag stellen naar een diagnostisch ASS onderzoek voor hun jong kind zonder verstandelijke beperking. Clinici met elkaar in discussie laten gaan over hoe ze een ASS-diagnose ervaren en over hoe ze de gevolgen van zo'n diagnose op ouders en kind inschatten. Clinici laten vaststellen hoe zo'n uitwisseling met collega's al dan niet beïnvloedt wat ze rond een ASS-diagnose denken en voelen.
Methode: In deze workshop wil ik, na een korte inleiding over het wat en waarom van de vraagstelling, deelnemers uitnodigen om te noteren wat hun ervaringen zijn rond een ASS-diagnose. Vervolgens wil ik hen in een groepsgesprek zelf aan het woord laten en met elkaar in dialoog laten gaan over wat zij denken en voelen bij een ASS diagnose en over de mogelijke invloed ervan op een kind en de ouders die consulteren. Tenslotte wil ik deze discussie voor alle deelnemers samenvatten en hen vragen om hun mening opnieuw te noteren (en daar evt. iets over te zeggen voor de hele groep).


Donderdag 21 september 2017 | 11:15 - 12:00

Sk04.1 Psychiatrie voor en door jongeren
Barbara Verheye, ASO kinderpsychiatrie UZ Brussel, Jette
Bijkomende auteurs:
Edward Campfort, Elke Devaster
Participatie van patiënten in hun gezondheidszorg wordt steeds meer centraal gezet. Zowel in de communicatie over de zorg en de behandeling als in het opstellen van behandelplannen, wordt de patiënt meer het onderwerp en minder het lijdend voorwerp. Deze evolutie vindt ook volop plaats in de residentiële jeugdpsychiatrie. In deze workshop willen we aantonen hoe dit proces zich afspeelt op de adolescentenafdeling van PAika, kinderpsychiatrie UZ Brussel.We tonen met voorbeelden uit de praktijk hoe jongeren zich naar elkaar engageren in hun zelfreflectie en behandelproces door narratieve werkvormen. We bespreken hoe participatie ons op een andere manier doet communiceren en beslissen in onze teamwerking. We voeren een discussie over valkuilen van participatie en hoe we als team een balans proberen te zoeken voor jongeren die hun eigen weg willen kiezen, ook al zijn ze soms het noorden kwijt.
Leerdoelen: Concrete werkvormen leren kennen die participatie van jongeren in de leefgroep kan verhogen.
Methode: Aantonen van de eigen werkvormen aan de hand van narratieven, videobeelden.
Aan de deelnemers wordt gevraagd om te reflecteren over participatie in de eigen setting en vragen we bereidheid om dit ook te delen.


Donderdag 21 september 2017 | 12:00 - 12:45

Sk04.2 "Op welke stoel moet ik gaan zitten?" - PDF - PDF
Anja Jacobs, psycholoog, psychotherapeut, beleidsmedewerker kinderen en jongeren CGG Vlaams-Brabant Oost, Leuven

Te oud voor de kinderwerking, te afhankelijk voor de volwassenenwerking. Binnen een klassiek organisatiemodel dreigt de jongvolwassene vaak tussen twee stoelen te vallen. Maar ook de hulpverlener die met de jongvolwassene aan de slag gaat, zit vaak erg oncomfortabel op zijn stoel.


Sk04.2 Jongvolwassenheid vanuit ontwikkelingspsychologie - PDF
Dirk Moons, psychiater, verantwoordelijke arts Jongvolwassenenteam CGG VAGGA, Antwerpen

Tien jaar geleden werd binnen cgg VAGGA de beslissing genomen een apart team op te richten voor de begeleiding van jongvolwassenen (18-24 jaar). Een goed moment dus om even om te kijken en terug te blikken naar de ratio achter deze beslissing vanuit ontwikkelingspsychologisch standpunt en een kort overzicht te geven van de ervaringen die in die 10 jaar zijn opgebouwd. Een goed moment ook om een pleidooi te houden voor de opbouw van een aparte expertise voor deze bijzondere leeftijdsgroep op de grens tussen adolescentie en volwassenheid.