Communicatie over het congres:
vckjpp@vvgg.be

Congressecretariaat:
De praktische organisatie van het congres gebeurt door de VVGG
Tenderstraat 14, 9000 Gent
tel. 09 221 44 34
fax 09 221 77 25
info@vvgg.be

U kan zoeken op de pagina met de toetsen Control + f

W01 Ingehouden emoties: Over kinderen en jongeren in de gezinstherapeutische sessie
Peter Rober, hoogleraar Context, UPC KU Leuven, Kortenberg
Kinderen kiezen niet om in gezinstherapie te komen.  Ouders doen dat.  Zij maken zich zorgen en zij vermoeden dat gezinstherapie een antwoord kan zijn.  Hun verhaal is dus het uitgangspunt van het gezinstherapeutische proces. Het is belangrijk dat er in de sessie ruimte is voor de verhalen van de kinderen; en dat verhaal is vaak erg emotioneel geladen.
Deze workshop richt zich op de vraag hoe de gezinstherapeut ruimte kan maken voor het verhaal van het kind en voor zijn/haar emoties.  Dit betekent vaak dat de therapeut aandacht moet hebben voor wat niet gezegd wordt door het kind, en wat getoond wordt in diens gedrag, spel, tekeningen, ...  Kinderen in therapie gaan - zeker in het begin - eerder voorzichtig emoties tonen – omfloerst, impliciet, zonder woorden -, en het is dan aan de therapeut om constructieve manieren te vinden om het kind te helpen zijn/haar emoties te explicieter te maken.
Leerdoelen:
- leren zien dat gezinstherapie een project is van de ouders, waar kinderen mee naar toe gaan.
- leren de emotionele uitingen te zien die niet expliciet zijn, maar eerder impliciet aanwezig zijn in wat het kind doet of zegt.
- concrete ideeën krijgen over manieren om kinderen vanuit de erkenning van de impliciete emotionele uitingen, uit te nodigen hun emotionele verhaal explicieter te doen in de sessie.


W02 Seksueel grensoverschrijdend gedrag gepleegd door meisjes: onbekend terrein?

Ninke Duquet, psychologe, teamverantwoordelijke, I.T.E.R.-jongerenwerking, Brussel
Bijkomende auteurs:
Sanneke Wilson, kinder-en jeugdpsychiater, I.T.E.R.-jongerenwerking, Brussel

De laatste decennia is er steeds meer aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag door jongeren. De publieke opinie is dat seksueel grensoverschrijdend gedrag voornamelijk gepleegd wordt door jongens en mannen. Door onderrapportage en lage incidentie zijn vrouwelijke adolescente plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag ook in wetenschappelijk onderzoek een onderbelichte groep.  Mogelijks omdat door schaamte de (mannelijke) slachtoffers minder snel melding maken van feiten. Een tweede verklaring voor onderrapportage kan zijn dat gedrag van jongens en meisjes anders beoordeeld wordt, ook seksueel gedrag; de zogenaamde genderbias. Zo wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag gepleegd door meisjes vaker beoordeeld binnen het kader van een (stereotiepe) zorgende rol. En seksueel grensoverschrijdend gedrag zoals sexting, wordt bij meisjes vaak eerder gedefinieerd als zelfbeschadigend dan als grensoverschrijdend.
Dit alles leidt ertoe dat er voor deze meisjes geen corrigerende maatregelen volgen, en dat zij niet  worden verwezen naar gespecialiseerde hulpverlening. Het is dus belangrijk de bewustwording en alertheid voor deze populatie te verhogen.
De workshop start met aandacht voor de definitie van seksueel grensoverschrijdend gedrag door jongeren, en de rol van genderbias hierin. Gevolgd door een overzicht van de recentste wetenschappelijke bevindingen over de vrouwelijke adolescente plegers, vergeleken met de klinische praktijk binnen I.T.E.R. Daarna gaan we, samen met de deelnemers, in op de dilemma’s en vragen waarmee hulpverleners geconfronteerd worden in het werken met deze populatie. Er wordt verkend waarom het werken met deze doelgroep vaak onbekend en onvertrouwd terrein is, wat de verschillen zijn in het werken met meisjes en met jongens en welke valkuilen er bestaan. Tot slot is er aandacht voor de complexiteit van de therapeutische relatie en voor de interne processen bij de hulverlener.

Referenties:
- Hendriks, J. & Bijleveld, C. (2006). Female sex offenders – an exploratory study. Journal of Sexual Agression 12(1): 31-41
- Hunter, J., Becker, J. & Lexier L. (2006) The Female Juvenile Sex Offender. In: Barbaree HE and Marschall WL (2006). The juvenile Sex Offender. Second Edition. New York-London (The Guilford Press).
- Wijkman, M., Bijleveld, C. & Hendriks, J. (2014) Juvenile female sex offenders: Offender and offence characteristics. European Journal of Criminology 11(1): 23-38.


W03 Transdiagnostisch behandelen vanuit het procesmodel van emotieregulatie - PDF
Eric Heyns, klinisch psycholoog/psychotherapeut, Praktijk Eric Heyns, Turnhout

In de wetenschappelijke literatuur van de laatste tien à vijftien jaar was er veel aandacht voor onderzoek naar met emoties en emotieregulatie. Er zijn ondertussen allerlei modellen ontwikkeld om het ontstaan en het verloop van emoties beter te kunnen begrijpen. Bovendien zijn er interessante aanzetten gegeven om meer inzicht te verwerven in adaptieve en maladaptieve emotieregulatie. De explosie aan wetenschappelijke kennis kan stilaan vertaald worden naar de praktijk van de hulpverlening. Emotieregulatie is een transdiagnostisch concept dat een nieuwe en frisse kijk biedt op de problemen van mensen. Het nodigt uit om ook bij de behandeling niet stoornisspecifiek tewerk te gaan, maar in te grijpen op de mechanismen die aan de problemen ten grondslag liggen. Zo kan effectiever hulp geboden worden en zou ook de kans op terugval moeten verminderen.
In de workshop wordt één van de bekendste modellen over emotieregulatie, namelijk het procesmodel van emotieregulatie, nader toegelicht. Tevens wordt besproken hoe vanuit dit model een transdiagnostische behandeling vormgegeven kan worden. Enkele concrete casusverhalen illustreren hoe dit proces kan verlopen. De deelnemers aan de workshop worden uitgenodigd om mee te denken over en mee te werken aan de casusconceptualisatie, de opbouw van de behandeling, het ingrijpen bij stagnaties en onverwachte ontwikkelingen en de uiteindelijke evaluatie van de behandeling.
Leerdoelen:
- inzicht verwerven in het procesmodel van emotieregulatie en de vertaling ervan naar de therapeutische praktijk;
- leren opzetten van een transdiagnostische behandeling
Referentie:
- Heyns, E. (2016). Het procesmodel van emotieregulatie als inspiratiebron voor een transdiagnostische behandeling. Signaal, 25, 4-21


W04 Motivatie, verzet of zelfgewilde verandering?  Behoefteondersteunende Hulpverlening als Motor voor Duurzame Verandering
Maarten Vansteenkiste, psycholoog, hoogleraar, Universiteit Gent
Bijkomende auteurs:
Joke Verstuyf & Liesbet Boone
“De jongere was er nog niet klaar voor; hij was niet voldoende gemotiveerd”, zeggen hulpverleners wel eens. De taak van hulpverleners bestaat er in om kinderen en jongeren te coachen en te “empoweren” zodat ze niet enkel op korte, maar vooral ook op lange termijn therapiesucces boeken. Maar hoe doe je dat, een kind motiveren dat weerspannig is tot verandering? In deze workshop worden de basisprincipes van de Zelf-Determinatie Theorie (Ryan & Deci, 2006; Vansteenkiste & Soenens, 2015), een algemeen motivationele theorie, toegelicht die in toenemende mate wordt toegepast in de hulpverlening. Eerst wordt aangegeven hoe er kwalitatief verschillende soorten redenen of motieven bestaan om verandering na te streven, namelijk autonome of vrijwillige motivatie (‘zin’) versus gecontroleerde of gedwongen motivatie (‘moetivatie’). Vervolgens wordt besproken hoe autonome motivatie –  als de optimale vorm van motivatie – kan bevorderd worden via het inspelen op de vitamines aan autonomie, competentie en verbondenheid, die de motor voor organismische groei en integratie vormen. Ten slotte wordt in interactie met de deelnemers besproken hoe instellingen (via het nemen van structurele maatregelen) en hulpverleners (via hun begeleidingsstijl) op een gunstige wijze kunnen inspelen op deze basisbehoeftes.
Leerdoelen:
- groter inzicht verwerven in basisprincipes van motivationeel werken
- reflectie over toepassingsmogelijkheden in de praktijk stimuleren


DEZE WORKSHOP IS GEANNULEERD

W05 Emoties kanaliseren in een leefgroep (rand)normaalbegaafde pubers (12 – 18 jaar) met een ASS-problematiek en probleemgedrag - PDF
Delphine Vanhamme, kinderpsychiater, De Dauw, Wortegem-Petegem
Bijkomende auteurs:
Effy Vanspranghe, psychologe, coördinator LG Blauw, De Dauw Moregem

Werken rond emoties met deze (doel)groep blijft een uitdaging, zeker in groep. Het is niet makkelijk om een veilig kader te creëren, dingen bespreekbaar te stellen, een link te leggen tussen het voelen en de gevolgen ervan bij zichzelf en anderen. We botsen op problemen gerelateerd aan de diagnose zelf: een beperkt voorstellingsvermogen, communicatieproblemen, ernstige sociale problemen. Daarnaast ervaren  we ook andere moeilijkheden: verwerking van de diagnose, stigmatisering, generalisatieproblemen, nood aan intens samenwerken met de omgeving,…
Vanuit onze concrete praktijksetting stellen we het (eclectisch) kader voor van waaruit wij momenteel rond emoties werken. We hanteren enerzijds een zeer sterk gestructureerde leefgroepssetting, anderzijds bieden we een aantal specifieke kleine groepsateliers zoals een weekendatelier, een weekatelier en een week-einde-atelier, alsook een praatcafé en actua-atelier - waarbij telkens variërende methodieken worden gehanteerd, en tenslotte zijn er ook individuele therapiegesprekken en contextbegeleiding en -therapie.
We verbinden hieraan vier luiken:
- Preventie van en bescherming tegen emotionele overspoeling én tevens het opdoen van positieve ervaringen
- Bespreken van emoties in de mate van het mogelijke, gecombineerd met veeleer doe-activiteiten
- Individuele psychotherapie
- Onrechtstreekse aanpak via andere ateliers / leefgroepsactiviteiten
Leerdoelen:
Inzicht in en uitleg over het omgaan met emoties bij kinderen en jongeren met ernstige autismespectrumstoornis in de (residentiële) praktijk …:
Basisrust bieden en preventief werken om overspoeling te voorkomen
Bespreekbaar maken van emoties in groepstherapie (en de inherente moeilijkheden) en in individuele therapie Generalisatie, transfer en verbinding met de context


W06 Het ImPACT-programma: Een oudertraining om de sociaal-communicatieve vaardigheden van jonge kinderen met ASS te stimuleren - PDF
Sara Van der Paelt, doctor in de psychologie, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent

ImPACT staat voor Improving Parents as Communication Teachers (Ingersoll & Dvortcsak, Nederlandstalige bewerking door Roeyers et al., 2013*). Het is een wetenschappelijk onderbouwd oudertrainingsprogramma dat intussen ook zijn weg gevonden heeft naar de Vlaamse klinische praktijk. Het programma is gericht op ouders van kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) tussen 18 maanden en 6 jaar. Via dit programma leren hulpverleners technieken aan ouders om de sociaal-communicatieve vaardigheden van hun kinderen te stimuleren in het dagelijkse leven. Vooral het bevorderen van sociale betrokkenheid, taal, imitatie en spel staan op de voorgrond. Het programma kan zowel individueel (met 1 gezin) als in groep (met 6 à 8 gezinnen) aangeboden worden. De workshop biedt een introductie op dit programma. Aan de hand van filmfragmenten worden de technieken geïllustreerd om de sociaal-communicatieve vaardigheden van kinderen met ASS te stimuleren.
Leerdoelen:
Deelnemers leren welke technieken worden gebruikt om de sociaal-communicatieve vaardigheden van kinderen met ASS te stimuleren en op welke manier deze aan ouders worden aangeleerd.
Referentie:
- Ingersoll, B., Dvortcsak, A., Roeyers, H., Van der Paelt, S., & Warreyn, P. (2013). Trainen van sociaalcommunicatieve vaardigheden bij kinderen met een autismespectrumstoornis: handleiding voor hulpverleners. Leuven/Den Haag, Acco


W07 Signs of Safety: Hoe tem ik mijn innerlijke gorilla?
Nele Haedens, beleidsmedewerker Jongerenwelzijn, Brussel
Katja Bamps, maatschappelijk werker, regionale stafmedewerker Agentschap Jongerenwelzijn, Limburg
Carine Housen, regionale stafmedewerker Agentschap Jongerenwelzijn, Antwerpen
Signs of Safety is een krachtgericht en oplossingsgericht model dat toelaat om vanuit de krachten van jongeren en hun netwerk te werken zonder de onveiligheid en risico’s uit het oog te verliezen. Om een verschil te maken in situaties van verontrusting zetten we in op relaties aangaan, niet alleen met de cliënt en zijn of haar netwerk, maar ook met hulpverlenende partners.  Het hart en ziel van Signs of Safety is een risico-analyse die we samen met het gezin en het netwerk maken, zodat iedereen die betrokken is zich elke dag de vraag kan stellen: is dit kind veilig genoeg thuis?  In de beoordeling van deze onveilige situatie zijn we vaak angstig, gaan we op zoek naar de waarheid en trappen we hier in de valkuil van te snel te oordelen. In een constructieve samenwerking is er geen plaats voor snelle veroordeling maar wel voor een open blik. Emoties worden vaak zo sterk als een gorilla en daar moeten we mee om kunnen om professioneel te blijven handelen. Hoe helpt Signs of Safety ons in deze vaak heel onveilige ogenschijnlijk moeilijk veranderbare situaties niet te panikeren en toch hoop op verandering te creëren samen met kinderen en hun gezin?
In deze workshop zal het belang van zowel het kritisch denken als het je kwetsbaar opstellen en erkenning bieden aan cliënten aan bod komen en geoefend kunnen worden.
Leerdoelen:
Zicht krijgen op tools en handvatten die Signs of Safety biedt om om te gaan met onze emoties als hulpverlener en er tegelijkertijd in te slagen ons mandaat op te nemen om de verontrusting centraal te zetten.


W08 Als het lichaam spreekt en emoties zwijgen
Ine Jespers, kinder- en jeugdpsychiater, systeemtherapeut, UZ Gent
Bijkomende auteurs:
Els Bradt, psycholoog en gedragstherapeut, UZ Gent
Bram Fahy, psychomotorisch therapeut
Het voorbije jaar werden wij als team van de opnameafdeling voor kinderen van de lagere school verschillende keren uitgedaagd in het samenwerken rond kinderen met ernstige onverklaarde lichamelijke klachten of angstproblematieken. Het gebrek aan taal voor of delen van emoties speelde voor deze patiëntjes en hun gezinnen een belangrijke rol in het ziekteproces. Tijdens deze workshop willen we illustreren hoe wij vanuit drie invalshoeken met deze patiëntjes aan de slag gingen, namelijk aan de hand van gedragstherapeutische en systeemtherapeutische interventies, geïntegreerd met non-verbale technieken. De synergie tussen de verschillende werkmethoden wordt onder de aandacht gebracht.
Deelnemers aan de workshop dienen intervisiegewijs bereid te zijn om zich in te leven in het cliëntsysteem, feedback te geven en hun ervaringen te delen.
Leerdoelen:
Kennis delen rond therapeutisch werken met kinderen met ernstige medisch onverklaarde aandoeningen of angstproblematieken.
Stil staan bij eigen referentiekader rond deze problematieken.
Stil staan bij integratie van en synergie tussen verschillende therapeutische technieken.


W09 Workshop Speurneuzen met Voelsprieten: Emotieregulatie als opstap voor het verbeteren van het Mentale Welzijn van Adolescenten - PDF
Brenda Volkaert, master klinische psychologie, doctoraatsbursaal, Universiteit Gent Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheid en Sociale Psychologie, Gent
Bijkomende auteurs:
Laura Wante, doctor klinische psychologie, bursaal, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheid en Sociale Psychologie, Universiteit Gent
Caroline Braet
De transitie van kindertijd naar adolescentie is een kwetsbare periode voor het ontwikkelen van psychopathologie (Inchley et al, 2016). Desondanks tonen cijfers aan dat slechts weinig kinderen en adolescenten behandeld worden (Coppens, 2015), waardoor er nood is aan vroege-interventieprogramma’s. Om tegemoet te komen aan de urgente vraag naar de preventie van psychologische moeilijkheden, werd de groepstraining ‘Speurneuzen met Voelsprieten’ ontwikkeld. Het doel is om jonge adolescenten handvatten aan te reiken om hun emoties op een goede manier te reguleren en kinderen veerkrachtiger te maken. De training bestaat uit vier delen. Ten eerste wordt er ingezet op het vergroten van het emotionele bewustzijn (Izard et al, 2011) en maken de jongeren  kennis met de relatie tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Ten tweede worden er vier specifieke emotieregulatie strategieën (i.e. afleiding, cognitieve herstructurering, probleem oplossing en accepteren) aangeleerd en ingeoefend. Ten derde wordt de training afgesloten met een progressieve spierontspanning. Tot slot krijgen de leerlingen elk een emotieregulatie-kit mee naar huis.
Leerdoelen:
- Theoretische introductie op emotieregulatie strategieën
- Vaardigheden verwerven om een groepsgebaseerde en interactieve workshop te leiden met als doel kinderen en adolescenten handvaten aan treiken in adapatieve emotieregulatie strategieën
Referentie:
- Coppens, E., et al (2015). Adocare –a preparatory action related to the creation of an eu network of experts in the field of adapted care for adolescents with mental health problems. Brussels: European Union.
- Inchley, J. et al (2016). Health behaviour in school-aged children (hbsc) study: International reports from the 2013/2014 survey. Copenhangen: WHO Regional Office for Europe
- Izard, C.E. et al. (2011). Emotion Knowledge, Emotion Utilization and Emotion Regulation. Emotion Review. 3(1), 44-52


W10 Wanneer schoollopen niet meer lukt – is dagbehandeling een antwoord!?
Gino Ameye, master psychologie, therapeutische verantwoordelijke en onderzoeker, De Kaap en Hogent, Melle
Bijkomende auteurs:
Nele Van Driessche
Begin 2016 start De Kaap, dienst kinder– en jeugdpsychiatrie,  met een dagbehandeling voor ‘moeilijke schoollopers’, ook schoolweigering genoemd. Sinds 2017 is door de overheid het licht op groen gezet om nieuwe vormen van dagbehandeling mogelijk te maken. De ggz voor kinderen en jongeren is permanent in ontwikkeling.
De Kaap krijgt steeds meer behandelvragen voor jongeren die afhaken op school. Het zijn jongeren die, vanuit hun angst en onvermogen om school te lopen, moeilijk bereikbaar zijn. Er is sprake van affectvervlakking en sociaal isolement. Ze zijn stilgevallen op alle ontwikkelingsdomeinen. De behandeling beoogt een activering op alle domeinen.
Wat betekenen de nieuwe vormen van ‘dagbehandeling’ voor deze (of andere) jongeren? Is het louter een tussenvorm, in overgang tussen residentieel en ambulant of is het een nieuw paradigma voor de behandeling voor kinderen – en jongeren? Wanneer primeert de dagbehandeling boven andere zorgvormen? In de workshop wordt stil gestaan bij dynamiek van ‘komen en gaan’ en het belang van een ‘plek om te zijn’, de groepsdynamiek, de rol van de groepstherapie en andere vormen van activering.  (Wanneer) Is dagbehandeling de meest aangewezen hulp voor de moeilijke schoollopers?
Leerdoelen:
De workshop beoogt een interactieve participatie over twee thema’s: hoe bereik je ‘emotioneel moeilijk bereikbare jongeren, die niet school lopen’? Aan de deelnemers om mee te denken over de therapeutische mogelijkheden.
Daarnaast willen we stilstaan bij de therapeutische meerwaarde van een dagbehandeling, gekaderd in een vernieuwd hulpverleningslandschap en met de een potentieel aan samenwerking tussen verschillende hulpverleningsvormen.


W11 Omgaan met emoties via verhalen - PDF

Frederike Putman, master-bachelor, pmt-ergotherapeut De Kaap, pc Caritas, Melle
Bijkomende auteurs:
Heleen De Gendt
Verhalenkoffer is een therapiesessie die al jaren aangeboden wordt in de jongste leefgroep (lagere schoolleeftijd) van de Kaap, afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Caritas, Melle. Via verhalen laten we kinderen kennismaken met emoties. Door te spelen doen we ervaringen op en bieden we manieren aan om met emoties om te gaan. De kinderen creëren ook hun eigen verhaal en geven zichzelf en hun emotionele beleving bestaansrecht. De invloed van verhalen kan helend werken. Kinderen ervaren (h)erkenning, vinden een houvast, ervaren troost of putten hoop uit verhalen. Met psychomotore opdrachten en beeldend materiaal gaan we aan de slag.
Verhalenkoffer beroept zich op een onderbouwd theoretisch kader, waarbij een toepasbaar onderscheid gemaakt wordt tussen aandacht - affectregulatie en mentaliseren en waarbij de onderlinge dynamiek fantasie – realiteit centraal staat. We inspireren ons op de ‘mentaliseren bevorderende therapie’, zoals uitgewerkt door J.E. Verheugt-Pleiter, M.G.J. Schmeets, J. Zevalking en het werk van Marianne Verfaille, ‘Mentaliseren in beeldende vaktherapie’.
De psychologische basisbehoeftes volgens de Zelf-Determinatie Theorie, beschreven in ‘Vitamines voor groei’ van Maarten Vansteenkiste en Bart Soenens, vormen een basis in onze therapie. We vertrekken vanuit de autonomie van de kinderen en doen beroep op hun competenties. We proberen een band met hen op te bouwen. Op die manier willen we de kinderen een forum aanbieden om te exploreren en te groeien.
Het boek ‘ik ben ok’ van Miep Van der Haegen geeft ons mindfulness-tips om met emoties om te gaan.


W12 De draad tussen ouder en kind - PDF
Gerrit Vignero, orthopedagoog, MPC Terbank, Oud Heverlee
Als orthopedagoog is ontwikkelingspsychologie dé belangrijkste inspiratiebron in het zoeken van antwoorden op opvoedingsvragen. J. Heijkoop (1995, 2015) en A. Došen (2008, 2014) zijn mijn belangrijkste leermeesters. Binnen  het project SEN-SEO (2012, 2015) kreeg ik de kans om deze ontwikkelingspedagogie te vertalen naar ouders en begeleiders aan de hand van de metafoor ‘de draad’.
Deze metafoor wil de sociaal-emotionele ontwikkeling verhelderen voor ouders, verzorgers, kleuterleidsters, leerkrachten, begeleiders, therapeuten en handvatten bieden. De verschillende fasen in emotionele ontwikkeling heb ik vertaald in thema’s waarbij ik de vrijheid nam om deze te omschrijven als een type draad. Elk type draad heeft zijn eigen kenmerken.
Het model werd in een eerste fase uitgewerkt voor de begeleiding van personen met een verstandelijke beperking. Het is gebleken dat het in alle opvoedings- en begeleidingssituaties te gebruiken is.
De draad staat voor de hechtingsdraad. Hechting is een toverwoord in sociaal-emotionele ontwikkeling. Als begeleider bouw je verder op de hechtingsdraad die tot stand is gekomen. Wanneer een kind harmonieus ontwikkelt, is dat niet zo moeilijk. Wanneer opvoeding of begeleiding ernstige vragen oproept, is deze vanzelfsprekendheid weg. Sommige kinderen zijn opgegroeid in hechtingsomstandigheden met een enorme impact op hun emotionele ontwikkeling. Wanneer opvoeden niet zo spontaan verloopt of bij moeilijke opvoedingssituaties, blijkt het niet eenvoudig om het intuïtieve en spontane proces van de opbouw van een draad bewust te hanteren. Het is dan een hele opgave om uit te maken hoe je het best een verbinding maakt en houdt. Binnen de methodiek gaan we dan op zoek naar het kwetsbare draadje waar we in de hulpverlening van zullen vertrekken.
Leerdoelen:
Kennismaking met het model van de draad.
Toepassen van het model op begeleidingssituaties.


W13 Ontknoopen van emoties, praktische workshop - PDF
Daphne Viguurs, bachelor, HBO, leerkracht, kinderyogadocent en creatiecoach, Ziekenhuisschool stad Gent / Dit kan jij wel! Marke, Melle

Ieder kind heeft wensen en dromen. De wonderlijke weg van wens naar werkelijkheid wordt in het boek de Creatiespiraal.  In twaalf stappen ga je van wens naar werkelijkheid. Dit boek vormt de basis voor de workshop. Onderweg in de realisatie van je wens komt het voor dat je niet verder kan, geblokkeerd door emoties. Iedere fase heeft zijn eigen ongewenste emoties. Tijdens het 'ontknoopen' van deze emoties leer je hoe je met emoties om kunt gaan. Achter iedere ongewenste emotie schuilt een positieve kracht, reden of kwaliteit. Samen met kinderen de emoties beleven en spelen, samen in je kracht staan met kinderyoga brengt dat je de blokkade (op termijn) weg kan nemen of milder maakt. Tijdens de workshop gaan we heel praktisch aan de slag, jij als hulpverlener of docent staat naast het kind en speelt samen, zodat de emoties milder worden en soms zelfs lachwekkend.
Leerdoelen:
Inzicht krijgen in de manier waarop je met kinderen kan stil staan rond emoties:
Diverse spelkaarten toepassen in contact met kinderen.
Het spelen van emoties in tweetallen of groep.
Kinderyogahoudingen gebruiken om emoties te voelen en te duiden.
Korte kennismaking rond de theorie van de Creatiespiraal en de Ontknooping
Referentie:
- Knoope, M. (1998). De creatiespiraal. Nijmegen, Kic
- Knoope, M. (2011). De Ontknooping. Nijmegen, Kic


W14 Hoogoplopende emoties bij intake: verbindende gesprekken met ouders, vrienden en hulpverleners als getuigen
Sabine Vermeire, licentiaat psychologische en pedagogische wetenschappen, narratief en systeemtheoretisch psychotherapeut, supervisor en opleider, Interactie-Academie vzw, Antwerpen

Tijdens de eerste gesprekken met kinderen, jongeren en hun ouders kunnen de emoties hoog oplopen. Conflicten die voorheen al aan de gang waren zetten zich verder in de gesprekskamer, of kinderen / jongeren raken tijdens de verkenning overspoeld door het vertellen over de moeilijkheden. Ze willen soms liever niet in de gesprekskamer zijn. Ook hulpverleners raken gefrustreerd omdat de gewenste informatie niet meer ‘op tafel komt’ en de afstemming moeizaam verloopt.
In deze workshop tonen we een werkwijze die helpt om van bij de start verbindend en rustgevend tussen te komen. Via een veilige interviewstructuur creëren we spreek- en luisterruimte waarbij we de verhalen van kinderen en jongeren centraal stellen. en ons als hulpverlener samen met de ouders en betrokkenen onderdompelen in hun verhalen. We halen hun opgebouwde kennis over hun leven, met zowel de obstakels en moeilijkheden als hun wensen en dromen, naar voor en raken emotioneel verweven met hun levensloop. Toekomstige hulpverleners, ouders en door de cliënt gekozen getuigen nemen hierbij een actieve rol op. Ze luisteren mee en ze reageren persoonlijk en geëngageerd op het verhaal, als ‘outsider witnesses’.
We illustreren met filmopnames, brieven en documenten.
Leerdoelen:
De deelnemers leren via het opzetten van een interview- en getuigenstructuur emoties in de kamer samen met het kind/jongere en zijn ouders hanteerbaar te houden en een veilige context neer te zetten. Ze maken kennis met een verbindende wijze van intake doen of eerste gesprekken voeren en op een alternatieve wijze informatie te verzamelen. Ze kunnen proeven van de mogelijkheden van het werken met getuigen tijdens de eerste gesprekken.


W15 Omgaan met kwaadheid bij geplaatste adolescenten met een geschiedenis van complex trauma
Geertrui Debosscher, master orthopedagogiek, outreachmedewerker, PC Gent-Sleidinge
Bijkomende auteurs:
Delphine Mortier, master orthopedagogiek, outreachmedewerker, PC Gent-Sleidinge
Binnen ons werk in het Outreach-team komen we overwegend in aanraking met jongeren die geplaatst zijn in een voorziening. De beslissing tot plaatsing roept bij deze jongeren en hun omgeving heel wat emoties (angst, kwaadheid, verdriet, ...) op. De jongeren hebben vaak een geschiedenis van complex trauma, ontstaan door verlieservaringen, misbruik, verwaarlozing, breuken in de continuïteit van zorg, incest, kopp-problematiek, … Dit betekent dat het vertrouwen in de ander geschonden is en het gevoel van zelfcontrole te hebben over een situatie ontbreekt. Een plaatsing in een voorziening betekent bovendien vaak een zoveelste breuk in het levensverhaal van de jongere. De - soms moeilijk te hanteren - emotie 'kwaadheid' zien wij als een normale reactie op een abnormale situatie. Als hulpverlener doen deze reacties vaak een appel op onze eigen gehechtheid en hoe wij zelf omgaan met emoties. Gevoelens van kwaadheid zijn vaak lastig om dragen, roepen heel wat machteloosheid, teleurstelling, angst en onmacht op.
Binnen de hulpverlening (en bredere samenleving) zien we dat kwaadheid vaak geproblematiseerd wordt, waardoor de onderliggende nood vaak ondergesneeuwd raakt. Bovendien roept kwaadheid zoveel op bij ons als hulpverlener dat we niet meer in staat zijn om te ‘mentaliseren’ of oplossingsgericht te werken. Het risico dat de kwaadheid onderhuids blijft voortduren en na verloop van tijd  andere vormen (depressie, deviant gedrag...) zal  aannemen is reëel.  
In deze workshop bespreken we op een interactieve manier, aan de hand van een prezi en filmfragmenten, wat de emotie van kwaadheid bij een geplaatste jongere bij ons oproept en op welke manier we hiermee constructief kunnen omgaan. We vertrekken vanuit onze eigen werkervaring, en maken gebruik van diverse kaders, waaronder mentalisatie (Bateman & Fonagy) en het oplossingsgerichte/solution focused kader (De Shazer, Kim Berg, Ysebaert e.a.).
Leerdoelen:
De deelnemers aan de werkwinkel krijgen enkele handvatten mee vanuit het mentaliserende en oplossingsgerichte kader en vanuit onze dagdagelijkse praktijk inzake het constructief en therapeutisch omgaan met kwaadheid bij geplaatste adolescenten met een complex trauma.


W16 Je houdt van mij, je houdt niet van mij. Je houdt mij, je houdt mij niet - PDF
Liefke Keymeulen, kinder- en jeugdpsychiater, afdelingspsychiater IBE Yidam, Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge
Bijkomende auteur:
Frouke Crucke, psycholoog, afdelingspsycholoog IBE Yidam, Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge

De Jongerencluster Yidam is een onderdeel van het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Yidam is een jeugdpsychiatrische dienst in nauwe samenwerking met Jeugdzorg die een divers aanbod heeft binnen verschillende pijlers: residentieel (IBE (Intensieve Behandeleenheid) Yidam), een semi-residentiële time out-unit en een outreachend aanbod.
De residentie-IBE Yidam is een gesloten afdeling waar adolescente meisjes 6 maand tot maximum 1 jaar worden opgenomen. Die meisjes staan allen onder toezicht van de Sociale Dienst van de Jeugdrechtbank van Oost – en West – Vlaanderen, hebben een VOS (verontrustende opvoedingssituatie) -statuut en het vermoeden van een psychiatrische problematiek.
Zij hebben doorheen hun leven allerlei moeilijke en verontrustende gebeurtenissen meegemaakt, vaak van kleinsaf aan, op het moment dat hechting en emotieregulatie in ontwikkeling zijn. Met als gevolg dat de meisjes tijdens de adolescentie ernstige regulatieproblemen, hechtingsproblemen, PTSD en persoonlijkheidsstoornissen in ontwikkeling vertonen. Hun emoties kunnen alle kanten op gaan: van blij naar boos, naar angstig en verdrietig. Hun stemming kan wisselen, zelfs binnen de minuut. Soms leidt dit tot suïcide dreiging, zelfcontroleverlies, impulscontroleverlies, zelfverwondend gedrag, wegloopgevaar, enz.).
Hoe proberen we aan de slag te gaan met emotieregulatie tijdens opname?
De werking en aanpak vanop de residentie-IBE Yidam komen aan bod. Over vasthouden (letterlijk-soms, altijd figuurlijk), groeien en loslaten.
Wonderen bestaan niet, maar het is de moeite waard om de jongeren niet op te geven en te blijven (vol)(vast)houden.
Leerdoelen:
- Inzicht verwerven in de problematiek van adolescente meisjes met een VOS-statuut en psychiatrische problematiek.
- Inleving in de emoties van adolescente meisjes met een VOS-statuut en psychiatrische problematiek.
- Kennis en handvaten aanleren over hoe veiligheid, stabiliteit en vast-houden de kansen op groeien en ontwikkelen van deze doelgroep kan bevorderen.
Methode: Interactief reflecteren na het tonen van audiovisuele fragmenten en oefenen met werkinstrumenten uit de praktijk.


W17 Opvoeden onder hoogspanning: een workshop over het omgaan met angst of dwang in gezinnen
Lore Willem, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog en gedragstherapeut
Raadpleging Angst- en Stemmingsstoornissen, dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UPC KU Leuven
Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is de meest effectieve behandeling voor angstproblemen bij kinderen en jongeren. Echter, onderzoek toont ook aan dat een aantal kinderen en jongeren niet of slechts gedeeltelijk reageert op CGT omdat ze te angstig of onvoldoende gemotiveerd zijn om hun angsten in therapie aan te pakken. Mede daarom is het erg belangrijk om ook ouders te betrekken in de behandeling. Angst is immers een systemisch fenomeen, waarbij de angstige respons de gehechtheidsrelatie activeert en ouders reageren met het bieden van bescherming en geruststelling. Deze beschermende respons staat echter haaks op de elementen die kinderen leren in CGT, o.a. het verminderen van vermijding, het promoten van eigen copingvaardigheden (Lebowitz, Omer, Hermes, & Scahill, 2014). De manier waarop ouders reageren op de angst of de dwang van het kind kan geplaatst worden op de as tussen de dimensies kritiek/vijandigheid (antagoneren) en emotionele overbetrokkenheid (accommoderen) (Smorti, 2012).

In de workshop geven we toelichting bij de aanpak die gehanteerd wordt om gezinnen te leren omgaan met deze overmatige betrokkenheid of afstandelijkheid.
Leerdoelen:
Het verwerven van inzicht in de theoretische basis en praktische uitwerking van de voorgestelde interventies.
Referentie:
- Lebowitz, E. R., Omer, H., Hermes, H., & Scahill, L. (2014). Parent Training for Childhood Anxiety Disorders: The SPACE Program. Cognitive and behavioral practice, 21, 456-469
- Smorti, M. (2012). The impact of family on obsessive compulsive disorder in children and adolescents: Development, maintenance, and family psychological treatment. International Journal of Advances in Psychology, 1, 86-94


W18 Ouders in een scheidingsconflict: over de attitude en de emoties van de therapeut en het netwerk, over het harde werk om niet meegezogen te worden
Vanessa Maes, klinisch psycholoog, psychotherapeutprojectverantwoordelijke, Alianza - CGG PassAnt, Dilbeek
Werken met ouders in hoogconflictueuze scheidingen is hard werken als therapeut. En het is moeilijk werken, het maakt ons moe, kwetsbaar en soms worden we er boos en opstandig van. Af en toe voelen we ons even machteloos als de ouders, kinderen en jongeren en hun netwerk.
De strijdspiralen waarin ouders en hele netwerken in meegezogen worden, trekken ook aan ons, aan de hulpverleners die werken in deze contexten. Deze ouders dagen ons uit. Ze willen ons overtuigen, ze willen ons aan hun kant trekken, ze beschuldigen ons van partijdigheid.
Wat is cruciaal in je houding als therapeut  om voor de kinderen in deze contexten ècht iets te kunnen betekenen? Hoe kan je constructief  kijken naar het conflict waar iedereen in mee gezogen worden? Welke interventies kan je doen om het conflict niet te versterken?  En met welke goedbedoelde interventies zorg je er mee voor dat de conflicten toch escaleren?
In deze workshop gaat het niet over methodieken of technieken. Het gaat over de attitude en emoties van de therapeut. En van iedereen in het netwerk van deze mensen.
Leerdoelen:
Met therapeuten stilstaan bij hun eigen beleving en attitude. Wat doen deze vechtscheidingen met ons? En hoe kunnen we toch betrouwbaar blijven voor de kinderen die bij ons in therapie zijn? We geven therapeuten zich op helpende en op niet-helpende interventies. We leren de aanwezigen hoe te kiezen om wel partijdig te zijn maar aan een bepaalde houding en visie... steunend voor de kinderen die lijden onder het conflict.


W19 Schematherapie bij kinderen en jeugdigen: werken met de gevoelens van het gekwetste kind - PDF
Mieke Boots, orthopedagoge, psychotherapeute, eigen praktijk, Beringen-Paal

Schematherapie is een integratieve vorm van psychotherapie die in de jaren 90 van de vorige eeuw ontwikkeld is door Jeffrey Young en anderen in de behandeling van ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Schematherapie integreert cognitieve-, experiëntiële- en gedragsmatige technieken in een therapiemodel waarbij de therapeutische relatie het belangrijkste instrument tot verandering is.
Er is al veel onderzoek gedaan naar schematherapie bij volwassenen met bij persoonlijkheidsstoornissen en persistente klachten. Schematherapie bij kinderen en jeugdigen staat nog in de kinderschoenen. Dat is jammer, want veel van onze denk- en gedragspatronen ontstaan in de kindertijd. Door de koppeling van deze patronen met soms heftige emoties ontstaan er copingmechanismen, die een voorloper kunnen zijn van latere pathologie.
In de workshop gaan we aan de slag met het modusmodel. Een goed bruikbaar model voor kinderen en jongeren om meer zicht te krijgen waarom bepaalde patronen zich herhalen en sommige emoties zo heftig kunnen zijn of juist niet gevoeld worden. Daarnaast wordt geoefend met experiëntiële (ervarings)gerichte technieken om niet verwerkte gevoelens van het gekwetste kind alsnog een plek te geven. Daarbij wordt er ook aandacht besteed aan positieve gevoelens (het blije kind) en deze te vergroten. Er wordt gebruik gemaakt van creatief materiaal (poppetjes, tekeningen, verhalen, ….), zodat het voor kinderen en jeugdigen begrijpbaar en plezierig blijft.
Na een korte theoretische inleiding krijgen de deelnemers volop de mogelijkheden zelf te oefenen in kleine groepjes met de technieken, die voorgesteld worden via video en/of de workshopleiders.
Leerdoelen:
Zicht krijgen op hoe het modusmodel een bijdrage kan leveren aan kinderen en jongeren om zicht te krijgen op hun problematiek en het behandelproces. Zij kunnen ook een aantal technieken toepassen om met (moeilijke) gevoelens om te gaan.


W20 E-health programma’s in het kader van emotieregulatie: the do’s en dont’s in het werken met ouders - PDF
Leentje Vervoort, PhD, post-doc Universiteit Gent
Bijkomende auteurs:
Prof. Ellen Moens & Prof. Caroline Braet
Uit eerder onderzoek weten we dat jonge adolescenten het hard te verduren krijgen wanneer ze de overstap maken naar de middelbare school. Deze periode brengt vaak heel wat uitdagingen alsook spanningen met zich mee, waardoor het risico op het ontwikkelen van psychische moeilijkheden toeneemt.
Een belangrijke vaardigheid op deze leeftijd is emotieregulatie. Dit verwijst naar de manier waarop we met gevoelens omgaan. Gevoelens horen bij het leven en bij de grote, kleine en nieuwe stappen die we zetten. Door een goede emotieregulatie krijgen we controle over de mate waarin we gevoelens ervaren, wanneer we ze ervaren en hoe we ze uiten. Naast programma’s die worden ontwikkeld voor de jongeren zelf is het nog steeds zoeken naar een gepaste manier om hierbij de ouders te betrekken.
Naast een kadering willen we dit ook illustreren met een bruikbare toepassing. We zullen in de workshop een online hulpprogramma voor ouders doorlopen (‘PAKAAN’), waarin ze kennis en vaardigheden aangeleerd krijgen om hun kind te kunnen ondersteunen bij het ervaren van sombere gevoelens of moeilijkheden. We zouden dit programma met de deelnemers liefst voorstellen in een computerklas.
Deze workshop biedt verder ook een wetenschappelijk perspectief op de bruikbaarheid van technologische innovaties (bijvoorbeeld e-health, e-mental health, gamification) en, meer specifiek, over het gebruik van deze technologie om de mentale gezondheid te bevorderen, alsook over de bruikbaarheid ervan voor de klinische praktijk. We denken hierbij na over hoe het inzetten van innovatieve e-geestelijke gezondheidszorg tegemoet kan komen aan huidige noden in het klinische werkveld.
Leerdoelen:
inzicht en kennis over emotieregulatie bij kinderen en jongeren en de rol van ouders daarbij wetenschappelijk perspectief op de bruikbaarheid van technologische innovaties in de bevordering van mentale gezondheid reflecties in het gebruik van ehealth technologie


W21 Het dialogisch perspectief in systeemtherapie
Hugo Ruymbeke, psychiater/systeemtherapie/supervisor, CGG De Drie Stromen
Psychiatrie is sterk het onderwerp van discussie omdat sommige institutionele omstandigheden weinig oog hebben voor de persoon die achter de ernstige psychopathologie schuilgaat.
Vandaag maakt de psychologie in haar onderzoek en conclusies vaak gebruik van concepten vanuit een rationeel positivistische visie bv. RCT’s (randomized controlled trials, vragenlijsten, etc..).  Het regime van maat en getal overheerst.
Echter mensen, personen leven niet alleen volgens de orde van maat en getal om hun problemen op te lossen. In deze andere wereld is 1 + 1 niet altijd gelijk aan 2.
Deze existentiële wereld wordt tijdens de workshop geëxploreerd aan de hand van de  ‘Multiple Stemmen en Polyphonie’ (M.Bakthin), ‘Het Huidige Moment – Present Moment’ (D.Stern), en ‘De Tijd als Duur’ (H.Bergson), Deze wetenschappen kunnen ons een richting tonen, hoe verder te gaan.
Het dialogisch perspectief geeft een mogelijkheid om in deze onzichtbare, verborgen wereld binnen te gaan en te ervaren zowel in het gewone leven als tijdens psychotherapie.  
Deze workshop heeft als doel de concepten van de innerlijke dialoog, het huidig moment/present moment, de tijd als duur, de tolerantie van de onzekerheid, de appreciatie van stilte toe te lichten en daarna proberen in te oefenen met de deelnemers.
Tijdens het actieve gedeelte wordt de dialogische gerichte systeemtherapie d.m.v. één of twee casussen tijdens een rollenspel toegelicht.
Leerdoelen:
1. Het voorstellen en verduidelijken aan de deelnemers  van de concepten van het dialogisch perspectief en reflecteren hierover.
2. Aandacht en interesse wekken voor het het dialogisch perspectief als een visie gericht op het humane - zijn van de persoon.   
3. Bespreken van de mogelijke toepassing in de werksituatie of methodiek van de deelnemers.


W22 De kracht van Rots en Water
Stijn Janssens, bachelor, master instructor Rots en Water Sjanstrainingen, Herzele

Rots en Water, een sociale competentietraining, is ontwikkeld door de Nederlander Freerk Ykema. Vanuit een fysieke  invalshoek worden mentale en sociale vaardigheden aangereikt en verworven. Actie, spel, en eenvoudige  zelfverdedigingsoefeningen worden ondersteund en geëvalueerd d.m.v. korte groepsgesprekken waarin ruimte is voor zelfreflectie. Voor deze aanpak is gekozen omdat vooral jongens fysiek in het leven staan. Hun soms “onbedwingbare” energie  proberen we op een positieve manier in te zetten. Tijdens de sessies leren we de kinderen/jongeren met elkaar samenwerken, samen spelen en samen leven.  Rots en Water heeft als doel het verbeteren van zelfbeheersing, zelfvertrouwen, zelfreflectie en communicatieve en sociale vaardigheden. We  vinden het ook belangrijk dat jongeren ongedwongen kunnen bewegen in een veilige omgeving. Praten over emoties kan gestimuleerd worden door sport, spel en beweging.
Tijdens de workshop staat "beleven" centraal! We oefenen op blote voeten, ervaren de rode draad van het programma en ontdekken de kracht van Rots en Water.
Leerdoelen:
Kennismaken met de kracht van Rots en Water
Introductie in de werkwijze en doelstellingen van Rots en Water
Deelnemers krijgen na afloop van de workshop inzicht hoe ze kinderen/jongeren kunnen leren:
  * zich op een positieve wijze te verbinden met leeftijdsgenoten
  * hun gevoelens te uiten, te benoemen en te beheersen indien nodig
  * zichzelf te vertrouwen en zichzelf te tonen aan de buitenwereld
  * de eigen grenzen te verkennen en deze ten gepaste tijde aan te geven
  * om zich in te leven in het perspectief van anderen, op basis waarvan hij of zij een gepaste reactie kan ontwikkelen
  * om op een succesvolle wijze om te gaan met probleemsituaties

Referentie:
- van Dongen, H. (2014). Bergson. Amsterdam, Boom
- Stern,  D. (2004). The Present Moment in Psychotherapy and Everyday Life. New York / London, W.W. Norton & Co


W23 Gehechtheidsgerelateerde emoties herkennen en verdiepen, een introductie vanuit Attachment-Based Family Therapy
Karen Bauwens, psycholoog, ABFT-therapeut KULeuven
Attachment-Based Family Therapy (ABFT) is een evidence-based emotion-focused systeemtherapeutisch behandelprogramma dat gericht is op het verminderen van depressieve symptomen en zelfmoordgedachten bij adolescenten. ABFT bouwt voort op interpersoonlijke theorieën die suggereren dat depressie en suïcidaliteit bij adolescenten veroorzaakt, in stand gehouden of, belangrijker nog, gebufferd kan worden door de kwaliteit van gehechtheidsrelaties in gezinnen. Meer bepaald wordt er vanuit gegaan dat depressieve en suïcidale adolescenten gestopt zijn met het opzoeken van steun en zorg van de ouder(s) of andere primaire zorgfiguur in tijden van stress vanwege eerdere relationele teleurstellingen en verlies van vertrouwen. ABFT speelt hierop in door behandeling initieel te focussen op het versterken en/of herstellen van de gehechtheidsrelatie en het vertrouwen in de ouder (a) als een veilige basis van waaruit de adolescent vrij en gesteund kan exploreren en (b) als veilige haven om naar terug te keren voor troost en (emotionele) steun in tijden van stress. Verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat ABFT, met focus op herstel van vertrouwen, leidt tot een significante afname in suïcidale ideatie en depressieve symptomen bij jongeren. Concreet wordt tijdens de workshop het model kort toegelicht waarna we toegespitsen op een aantal vaardigheden om gehechtheidsgerelateerde emoties te herkennen en verdiepen.
Leerdoelen:
Gezien het werken met emoties één van de centrale veranderingsmechanismen is binnen ABFT, willen we ons in deze workshop toespitsen op het op het herkennen en verdiepen van gehechtheidsgerelateerde emoties. Zo richten we ons op de vaardigheid om van secundaire naar primaire emoties te gaan en verdiepen we de kwetsbare emoties die te maken hebben met relationele teleurstellingen, gekwetstheid, gemis en verlangen naar connectie.


W24 Do of Don’t: een geïntegreerde oudertraining
Inge Antrop, doctor psychologie, psycholoog, Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UZGent
Bijkomende auteurs:
Annelien Merckaert, psycholoog en cognitieve gedragstherapeut, Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UZGent
Gedrags- of emotionele problemen bij kinderen en jongeren dagen de opvoedingsvaardigheden van ouders uit, waardoor toegenomen escalaties in de ouderkindrelatie vaak onvermijdelijk zijn. Deze escalaties leiden vaak tot nog meer onrust en problemen.
Oudertrainingen hanteren steeds vaker een de-escalatiemodel  van opvoeding. Vaak vertrekken deze trainingen vanuit één bepaald model of theorie en zijn ze gericht op ofwel het versterken van een aantal vaardigheden bij het kind via de ouders (vb. zelfdeterminatietheorie) ofwel op het verbreden van de hulpbronnen van en de zelfzorg bij de ouder (vb. geweldloos verzet). Hoewel er zeker overlappende kenmerken zijn, combineren en integreren weinig programma’s diverse invalshoeken in één ouderprogramma.
In deze workshop stellen we een geïntegreerde oudertraining voor, die we op onze afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie  aanbieden. Baserend op gedragstherapeutische principes staan we enerzijds met ouders stil over doelstellingen van opvoeding en willen we ouders meer inzicht geven in het probleemgedrag van hun kind. We gebruiken hiervoor principes vanuit het behoefteondersteunend opvoeden, gestoeld op de zelfdeterminatietheorie en het  how2talk2kids-programma, beide vertrekkende vanuit het perspectief en de basisbehoeften van het kind.  Daarnaast richt het programma zich tot het aanleren van een de-escalerende basishouding en attitude bij ouders en integreren we de methodiek van het geweldloos verzet.
We stellen onze oudertraining voor aan de hand van verschillende ervaringsgerichte oefeningen, we reflecteren op onze ervaringen en nodigen uit voor een debat over de voor- en nadelen van dergelijk geïntegreerd ouderprogramma.
Leerdoelen:
Integratie van verschillende principes in één ouderprogramma. Kennismaking met verschillende van deze principes en de opbouw ervan in één programma.


W25 Omgaan met emoties vanuit Kind en Gezin
Yves Debbaut, master criminologie, stafmedewerker gezinsondersteuning, Kind en Gezin, Brussel
Bijkomende auteurs:
Ianthe Van Dorsselaer, master pedagogische wetenschappen, optie orthopedagogiek, postgraduaat systeempsychotherapie io., proviniciaal consulent Opvoedingsondersteuning, Kind en Gezin, Antwerpen
Het krijgen van een kind is voor ouders één van de belangrijkste gebeurtenissen in hun leven. De regioteamleden van Kind en Gezin worden dagelijks geconfronteerd met een heel scala aan emoties bij ouders rond deze gebeurtenis. Emoties van ouders spelen een belangrijke rol in het ontwikkelingsproces van een kind.
De eerste levensjaren zijn voor een gezonde ontwikkeling van het kind cruciaal. Informele en formele steun in de omgang met het kind maakt in die periode vaak het verschil. De ervaring in de jeugdsector is echter dat ouders vaak pas met hulpvragen komen als hun kind drie jaar of ouder is en negatieve interactiepatronen al zijn ingeslepen. Vroegtijdige interventie kan dus het verschil maken. Kind en Gezin zet daarom actief in op de ondersteuning van ouders in het opnemen van hun ouderschap. Kind en Gezin is vooral gekend voor de medische opvolging. Minder bekend in het aanbod is de psychosociale ondersteuning voor ouders die vragen hebben over hun ouderschap, de effecten op de partnerrelatie, opvoeding, …
Tijdens deze workshop wordt ingegaan op kansen en mogelijkheden vanuit de preventie om vroege pathogene interactieprocessen te detecteren. Via een aantal casussen illustreren we hoe er op zoek wordt gegaan naar krachten en mogelijkheden die deze processen kunnen ombuigen. Het werk in de preventieve gezinsondersteuning is niet altijd even zichtbaar. Regioteamleden botsen vaak op grenzen waarbij ook de eigen emoties van de zorgverlener op de proef worden gesteld.
Leerdoelen:
- De deelnemers hebben zicht op de psychosociale ondersteuning van ouders bij Kind en Gezin.
- De deelnemers weten welke mogelijkheden Kind en Gezin kan bieden in de preventie van vroege negatieve interacties tussen ouders en kind.
- De deelnemers zijn zich ook bewust van de grenzen van preventie en zoeken mee naar mogelijkheden naar aansluiting met de hulpverlening.


W26 Training in emotieregulatievaardigheden bij jonge kinderen als onderdeel van de STOP4-7 methodiek - PDF
Wim De Mey, doctor pedagogie, coördinator/oudertrainer STOP4-7, praktijkassistent vakgroep Ontwikkelingpsychologie Universiteit Gent
STOP4-7, Belsele
Bijkomende auteurs:
Suzy Winters, bachelor ergotherapie, kindtrainer/gezinsbegeleidster STOP4-7, Belsele
STOP4-7 is een behandelingsprogramma voor jonge kinderen (4-7 jaar) met gedragsproblemen. Het omvat een kind-, ouder- en leerkrachttraining.
Training in emotieregulatievaardigheden vormt een belangrijk onderdeel van onze methodiek.
In de workshop vertrekken we vanuit algemene ontwikkelingsnoden van kinderen. Vanuit het specifiek analysekader kijken we naar ons eigen gedrag en emoties en hoe deze een rol spelen in onze interacties met kinderen. Er wordt geoefend met emotieregulatievaardigheden voor kinderen, inclusief relaxatie.
Kort wordt ook ingegaan op de rol van de ouders in de emotieregulatievaardigheden van hun kind (hechtingsrelatie, modelgedrag).
Leerdoelen:
Hulpverleners kunnen kinderen helpen bij het reguleren van hun vooral agressieve emoties, vertrekkend vanuit hun eigen emotieregulatie.


W27 Het gebruik van onlinedagboeken binnen de begeleiding van kinderen en jongeren met psychische problemen
Martine De Zitter, opleiding Sociaal Werk, Arteveldehogeschool
Giselinde Bracke, opleiding Pedagogie van het Jonge Kind, Arteveldehogeschool
In de app-store vind je onlinedagboeken bij de vleet: stemmingsregistraties, stappentellers, eetdagboeken,… al dan niet evidence-based of professioneel ontwikkeld. Bij de behandeling van kinderen en jongeren met psychische problemen worden dergelijke onlinetoepassingen echter slechts sporadisch ingezet. Daarvoor zijn tal van redenen, waaronder:
• Professionals kennen deze onlinetools niet of amper;
• Er is twijfel over de professionaliteit van deze onlinedagboeken;
• Er is onduidelijkheid of er vertrouwelijk wordt omgegaan met de cliëntgegevens;
• Er is weinig ervaring met het inzetten van dergelijke onlinedagboeken in face-to-facebegeleidingen;
• Het onlinedagboek sluit niet 100 % aan bij de visie van de zorgverstrekker of bij de behandelingsaanpak.
Deze vaststellingen waren voor KULeuven en Arteveldehogeschool de aanleiding om samen met Online-Hulpverlening.be een professioneel onlinedagboek voor het welzijnswerk en de (geestelijke) gezondheidzorg te ontwikkelen in samenspraak met 46 werkveldorganisaties en 240 hulpverleners en zorgverstrekkers. Dergelijk onlinedagboek biedt heel wat voordelen binnen het werken met kinderen en jongeren. Het dagboek kan zowel binnen de diagnostische als de behandelfase ingezet worden en kan zo meerdere doelen beogen: assessment van klachten en uitlokkende/instandhoudende factoren, bevorderen van het zelfinzicht, opvolgen/oefenen van therapie-opdrachten, impactmeting van de behandeling, betrekken van de omgeving, metacommunicatie over het therapeutisch proces,…
In deze workshop maken de deelnemers kennis met onlinedagboeken en met  www.onlinedagboek.be. Ze leren werken met een onlinedagboek op maat van: de (taal van) kinderen en jongeren, de fase van het begeleidingsproces, de visie  op het behandelingsproces en de mogelijkheden van de zorgverstrekker. Samen met de deelnemers zoeken we naar de mogelijke meerwaarde en valkuilen om dergelijk onlinedagboek in combinatie met face-to-facebegeleidingen in te zetten.
Leerdoelen:
De deelnemers leren verschillende soorten onlinedagboeken kennen.
De deelnemers leren kwaliteitscriteria kennen om de professionaliteit van onlinedagboektoepassingen te bepalen.
De deelnemers leren de meerwaarde/sterktes en nadelen/kwetsbaarheid kennen van het gebruik van een onlinedagboek in blended hulp. De deelnemers krijgen een introductie in het werken met www.onlinedagboek.be.
Referentie:
- www.onlinehulp-arteveldehogeschool.be/onlinehulpmethodiek/onlinedagboeken/
- www.onlinedagboek.be
- Bogaerts, K., Timmers, F., Bocklandt, P. & Van den Bergh, O. (2016) Een onlinedagboek ter ondersteuning van begeleiding in geestelijke gezondheidszorg gewikt en gewogen. Tijdschrift voor Klinische Psychologie, september 2016


W28 Samen Lezen met jongeren. Literatuur als spiegel
Silvie Moors, artistiek leider DE DAGEN, Antwerpen

Samen Lezen is samen genieten van verhalen, gedichten, fragmenten uit de wereldliteratuur. Samen Lezen is samen gedachten en gevoelens delen. Samen Lezen is inzetten op verbondenheid, schoonheid en kwetsbaarheid.
Want in een wereld die gebukt gaat onder buitensporige aandacht voor materiele welstand wil DE DAGEN met dit initiatief inzetten op de kracht en veerkracht van jongeren en de waarde van kwetsbaarheid, schoonheid en verbondenheid. Kunst beleven lijkt op het eerste zicht vooral een individualistische aangelegenheid. Maar DE DAGEN gelooft in de gemeenschapsvormende kracht van samen literatuur beleven en wil daar bewust op inzetten. Al lezend, al delend. Omdat het op een organische manier helend, emancipatorisch en verbindend kan zijn. Als bron van empowerment, van bewustwording en groei. DE DAGEN heeft oog voor de kwetsbare jongere, jonge mensen die een poosje verdwaald zijn. Lezen als verbindend en versterkend proces.
Onderzoek in het VK heeft uitgewezen dat Samen Lezen / Shared Reading het zelfvertrouwen versterkt, zorgt voor een grotere zelfkennis en zelfreflectie, het algemeen welzijn en het sociaal netwerk ten goede komt. Naast de individuele ervaringen en groeiprocessen is het samen delen van ervaringen binnen een veilig kader ook een versterkend, groeiend proces dat ook verbindend werkt.
DE DAGEN leest elke dag wel ergens. Met jongeren en jongvolwassenen leest DE DAGEN o.a. in Jeugdzorg Emmaus / La Strada (Hoboken), in de Universitaire Kinder- en Jeugdpsychiatrie (Antwerpen), bij VAGGA (Antwerpen), in theaterhuis HetPaleis (Antwerpen).
Doelen:
Kennismaken met Samen Lezen
Kennismaken met Socratische gespreksmethode
Kennismaken met Literatuur voor jongeren
Kennismaken met de effecten van Samen Lezen op regelmatige basis


W29 Kinderen uit de knel: emoties van kinderen bij vechtscheiding
Karin Tilmans, kinderpsychologe en gezinstherapeut kinderteam, CGG De Pont, Boom
Bijkomende auteurs:
Ellen Beullens, CGG De Pont
Bart Heirbaut & Mabel De Niel, Elegast
Birgit Claeykens & Katrien Van Balen, Jeugdzorg Emmaus, Antwerpen
Weinig hulpverleners voelen positieve emoties rond werken met gezinnen verwikkeld in een vechtscheiding. Sinds een drietal jaren loopt in Vlaanderen het project Kinderen uit de Knel, naar het model van Justine Van Lawick en haar medewerkers uit het Lorenzhuis in Haarlem. In deze workshop lichten we toe hoe het project in Antwerpen ingebed is in een intersectorale, vruchtbare samenwerking.
In dit project komen zes ouderparen en hun kinderen samen voor acht groepssessies. De ouders komen samen in de oudergroep, de kinderen komen samen in de kindergroep. We beschrijven kort de opbouw van het programma.
We demonstreren twee methodieken uit het project waarin de emoties van de kinderen centraal staan. De deelnemers aan de werkwinkel gaan er zelf mee aan de slag.
Leerdoelen:
Na afloop hebben deelnemers
* de kracht van het groepsaanbod van Kinderen uit de Knel leren kennen;
* ervaren wat kinderen aan emoties voelen bij een vechtscheiding van hun ouders;
* lichamelijke signalen van deze emoties kunnen situeren;
* geleerd hoe ouders terug meer oog kunnen krijgen voor de emoties van hun kinderen


W30 Gezinstherapeutische interventies bij jongeren die zichzelf verwonden: Een verhaal van ‘social sharing of emotions’ - PDF
Imke Baetens, PhD, gezinstherapeute, docente Vrije Universiteit Brussel
Bijkomende auteurs:
Lisa Waals, studente pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogie, KU Leuven
Peter Rober, gezinstherapeut, hoogleraar, Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen, KU Leuven
Opzettelijke zelfverwonding is een prevalent probleem in de adolescentie: In totaal geven 1 op 5 jongeren aan ooit zichzelf opzettelijk te hebben verwond. Opzettelijke zelfverwonding heeft een grote impact op het welbevinden van alle gezinsleden. Bovendien toont recent onderzoek (zie review Waals et al., in press) een meerwaarde van gezinstherapie voor de behandeling van opzettelijk zelfverwondend gedrag in de adolescentie. In deze workshop gaan we in op de werkzame factoren in een gezinstherapeutische behandeling van opzettelijk zelfverwondend gedrag in de adolescentie. Er wordt onder andere ingezoomd op de theorie van Rimé (2009) over “social sharing of emotions”.
Leerdoelen:
Kennis en positieve attitude tov behandeling van opzettelijk zelfverwondend gedrag bijbrengen. Bovendien wordt ingezoomd op motivationele gesprekstechnieken om gezinnen te motiveren om gezinstherapie op te starten bij een zogenaamd individueel probleem van een jongere.
Referentie:
- Rimé, B. (2009). Emotion elicits the social sharing of emotion: Theory and empirical review. Emotion Review, 1(1), 60-85
- Waals, L., Baetens, I., Claes, L., Goethals, E. & Rober, P. (in press). Gezinstherapeutische interventies bij jongeren die zichzelf verwonden: Een literatuurstudie. Tijdschrift voor systeemtherapie


W31 Contact maken en verdere opvolging bij jonge suïcidepogers
Peter Beks, psycholoog, coördinator, Zorg voor Suïcidepogers, Lommel
Bijkomende auteur:
Bart Witvrouwen
Tijdens deze workshop reiken we, aan de hand van praktijkvoorbeelden en korte oefeningen, de richtlijnen voor opvang van en zorg voor jonge suïcidepogers aan.
In het werken met de complexe problematiek van suïcidaliteit bij jongeren worden we als hulpverlener uitgedaagd. We worden onzeker, angstig, soms boos of verdrietig. Deze emoties houden ons soms tegen om het contact aan te gaan met de jongere en samen naar de “donkere gedachten” te kijken. Contact maken is echter een van de belangrijkste tools waarover we beschikken om suïcidepreventief te handelen. Op een interactieve manier gaan we op zoek naar handvatten voor contact en verdere opvolging na een suïcidepoging. Volgende thema’s zullen de revue passeren: hoe maak ik contact met een jonge suïcidepoger?, over welke thema’s spreken we dan?, waaruit bestaat een professionele opvang? welke aandachtspunten moet ik in mijn achterhoofd houden? Hierbij linken we de richtlijnen vanuit de Vlaamse multidisciplinaire richtlijn voor detectie & behandeling van suïcidaal gedrag aan de praktijk en de reeds voorhanden zijnde tools. Verder willen we u eveneens aan het denken te zetten over de (dis)continuïteit van zorg. Als hulpverlener proberen we voortdurend bruggen te bouwen met verdere hulpverlening of andere hulpverleners binnen een netwerk van zorg voor deze kwetsbare jongeren. Regelmatig worden we ook geconfronteerd met de moeilijkheden die zich hier stellen. De vraag dringt zich dan ook op of een zorgpad “suïcidaliteit” een antwoord zou kunnen zijn.
Leerdoelen:
Contact maken, professionele opvang van jonge suïcidepogers


W32 Met PrOP los ik het op! Emotieregulatie versterken in de eerste lijn - PDF
Céline de Greve, basispsycholoog, Mentaal Beter, Terneuzen
Bijkomende auteur:
Nathalie Haeck, GZ-psycholoog
Met PrOP los ik het op! (Debruyne & Haeck, 2016) is een kortdurende therapie voor kinderen en jongeren (9 tot 18 jaar) met milde tot matige psychische klachten. Het is een herziening van het succesvolle protocol 'Kortdurende psychologische interventies voor de eerste lijn: stappenplan voor kinderen en jongeren' (Debruyne e.a., 2010), dat intussen vaak wordt toegepast in Nederland, maar ook steeds meer in Vlaanderen. Het kreeg ook het label veelbelovend (Braet & Bogels, 2013) en wordt gebruikt als leidraad in de permanente vorming Eerstelijnspsychologische Zorg (KULeuven – UGent – VUB). Het gaat uit van een eenvoudige probleemsamenhang: Pr (Probleem) = O (Omgeving) x P (Persoonlijke stijl). Het bestaat uit drie fasen: casusconceptualisatie, gedragsverandering en terugvalpreventie. In de fase van de gedragsverandering ligt de nadruk op het versterken van de coping en veerkracht van het kind. Dit gebeurt door technieken die beroep doen op modeling, cognitieve technieken en probleemoplossende vaardigheden. In de recente herwerking gaat ook aandacht naar het bevorderen van de emotieregulatie van het kind.
In de workshop leren de deelnemers aan de hand van casusmateriaal kennismaken met dit model en leren ze ook enkele stappen van het model toepassen. Vervolgens wordt uitgebreid stilgestaan bij enkele oefeningen ter bevordering van emotieregulatie in de eerste lijn, met aandacht voor inzichten vanuit de positieve psychologie en met eigentijdse technieken (werken met emoji’s en social media bv). De oefeningen zijn geïnspireerd op het boek Emotieregulatie (Southam-Gerow, 2014). Deelnemers kunnen deze praktische oefeningen vervolgens toepassen in de eigen praktijk.
Leerdoelen:
Inzicht in en het toepassen van het PrOP-model, een kortdurende behandelmethode, waarbij de klemtoon ligt op het versterken van de coping en het toepassen van technieken voor emotieregulatie.


W33 Parents Online: werken aan emoties en herstel met je kind
Remy de Gouw, psycholoog-psychotherapeut CGG Ahasverus, Vilvoorde

Omgaan met gewone emoties van kinderen is voor ouders al een uitdaging. Als een kind psychologische problemen heeft wordt de onmacht vaak groter. En ook omgaan met eigen emoties wordt voor ouders dan lastig.
CGG Ahasverus en QIT bvba ontwikkelden een online interventieprogramma ter ondersteuning van ouders met een kind/jongere met psychologische/psychiatrische problemen. Het interventieprogramma omvat (1) emotie coaching: opvangen en omgaan met de emoties van je kind, (2) relatieherstel: werken aan de relatie met je kind, (3) ‘Recovery coaching’: emotioneel ondersteunen van je kind bij de behandeling van psychologische problemen.
De modules geven ouders inzicht en vaardigheden om emoties van hun kind en te (helpen) reguleren en de ouder-kindrelatie te verbeteren.
Het programma baseert zich overwegend op Emotion Focused Family Therapy, een empirisch getoetst oudertherapeutisch programma ontwikkeld door Dolhanty, Lafrance & Greenberg (2013) in Canada.
Het online interventieprogramma kan worden aangeboden aan gezinnen op de wachtlijst of ter ondersteuning van lopende behandelingen.
In de workshop illustreren we de modules en laten we de deelnemers er ook zelf van proeven.
Leerdoelen:
- kennis nemen van de ontwikkeling van de modules (resp emotiecoaching, relatieherstel en emotiecoaching bij psychologische problemen)
- zicht krijgen op de concrete modules en het online gebruik er van
- zicht krijgen op de kernprocessen van emotiecoaching en relatieherstel.


W34 Schoolgereedheid bevorderen bij leerlingen met gedrags- en emotionele problemen: de rol van emotieregulatie
Henk Weymeis, master klinische psychologie, doctoraatsstudent, UGent
Het is voor leerkrachten belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor het ontwikkelen van taakgerichte vaardigheden en het formuleren van schoolse verwachtingen, maar ook voor de mate waarin leerlingen in staat zijn om bijbehorende emoties zoals angst, boosheid en verdriet te reguleren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het adaptief leren reguleren van emoties bijdraagt tot verhoogd psychologisch welzijn en betere schoolresultaten. Omgekeerd blijkt het maladaptief reguleren van emoties te leiden tot gedragsproblemen, psychopathologie en verminderde leerprestaties. Deze problemen dreigen echter verder te escaleren wanneer er op school enkel gebruik gemaakt wordt van curatieve en disciplinerende maatregelen om om te gaan met het gedrag van de leerling. Paradoxaal genoeg leidt dit enkel tot meer controleverlies, emotionele stress en uiteindelijk zelfs tot burn-out en schooluitval. Om positief gedrag, welzijn en academische prestaties te bevorderen op school is het in die zin belangrijk om niet enkel curatief, maar vooral ook positief, proactief en preventief te leren handelen. Deze workshop focust dan ook op de volgende drie thema’s en leerdoelen: (1) het opbouwen van een emotioneel veilige schoolomgeving, waarbij je leert om proactieve klasafspraken op te stellen, (2) emotieregulatie strategieën coachen bij je leerlingen aan de hand van een voorbeeld – en oefencasus en (3) je eigen emotionele vaardigheden trainen als leerkracht of opvoedkundige, dit aan de hand van een reflectieoefening.
Leerdoelen:
Drie leerdoelen:
(1) bijdragen aan het opbouwen van een emotioneel veilige school - en klasomgeving
(2) emotieregulatie strategieën coachen bij je leerlingen (3) je eigen emotionele vaardigheden trainen als leerkracht of opvoedkundige


W35 Geweld in gezinnen: Verhalen creëren nieuwe wegen - PDF
Kristel Kuppens, klinisch psycholoog-psychotherapeut trainer Interactie-Academie, Antwerpen
Het bespreekbaar maken van geweld in gezinnen is niet vanzelfsprekend.  Samen met gezinnen verhalen brouwen wanneer emoties hoog oplaaien kan onverwachte ideeën leveren en gezinnen opnieuw verbinden.
Spreken over geweld of het vermoeden ervan roept veel emoties op bij ouders en bij hulpverleners. Zowel ouders laten spreken over eigen grensoverschrijdend gedrag als het niet-veroordelend luisteren naar deze verhalen is complex. Op spreken en luisteren zitten vele maatschappelijke oordelen, taboes en complexiteiten. Ouders voelen boosheid, verzet, schaamte, … Ze reageren met een zwijgende houding, kwaadheid, blijven weg of brengen sociaal wenselijke verhalen.
In deze workshop onderzoeken we hoe we een dialoog kunnen creëren rond geweld op een niet-veroordelende maar toch mobiliserende manier waardoor er ruimte ontstaat voor verandering. Door samen verhalen te creëren en ermee aan de slag te gaan kunnen we gezinsleden nieuwsgierig en respectvol bevragen over de waarden die zij belangrijk vinden, op zo een manier dat ook het contrast met gewelddadig handelen onderzocht kan worden. Deze workshop illustreert het werken met verhalen in gezinnen die vastlopen. Gezinnen krijgen de start van een verhaal gepresenteerd. Samen breien ze verder aan het vervolg. Hoe krijg je vijf wilde dieren over een bergketen, een woeste rivier, een kannibalendorp?
In de workshop wordt deze werkwijze gedemonstreerd en geïllustreerd met casusmateriaal. Als deelnemer ga je mee aan de slag en onderzoeken we welke gezinsidentiteiten boven komen drijven en welke mogelijkheden er opnieuw zichtbaar worden.
Leerdoelen:
- bespreekbaar maken van geweld in gezinnen
- niet-oordelend, wel mobiliserend werken met hoog oplopende emoties
- verdwenen positieve (gezin-)identiteit te pakken krijgen.